Bangladesh is een zeer waterrijk land. Dat geeft heel wat problemen. Een expert in watermanagement kan hier zijn hart ophalen. De klimaatverandering zal Bangladesh hard treffen. Door de opwarming van de aarde stijgt aan de ene kant de zeespiegel en aan de andere kant komt er veel meer smeltwater van de Himalaya’s naar beneden. Met vele vertakkingen monden de Ganges en de Brahmaputra uit in de golf van Bengalen. In hun stroom zeewaarts zorgen ze voor erosie en verdwijnen van land maar dat is de helft van het verhaal want de rivieren nemen ook veel slib mee, wat zorgt voor slibafzettingen op de oevers hetgeen weer leidt tot landaanwinst. De loop van de rivieren verandert gewoon: het is een nemen én geven. Deze oevers zijn zeer vruchtbaar. Aan de zuidkant zien we dat door de stijgende zeespiegel langzamerhand land in zee verdwijnt en verzilting de kwaliteit van de grond én van het drinkwater aantast.
In haar stroom neerwaarts komt de Ganges in India enkele stuwdammen tegen. India zorgt goed voor haar eigen energie en watervoorraad, waardoor Bangladesh in het droge seizoen geregeld een watertekort heeft. In het verleden zijn er enkele ernstige droogteperiodes geweest. Daarentegen zet India zonder pardon haar sluizen open als het in de regentijd een overvloed aan water wil lozen. Dat leidt dan juist weer tot overstromingen, vooral in het midden en het zuiden van Bangladesh. Zo blijft Bangladesh een land van uitersten. Niet verwonderlijk dat Bangladesh hier niet zo blij mee is en met India in gesprek is om in ieder geval te overleggen wanneer de sluizen open gezet worden. Daar schijnt India zich niet zoveel aan gelegen te laten liggen. Dit jaar waren de overstromingen van de rivieren veel ernstiger dan voorgaande jaren. Dat is in nederland wel een beetje in het nieuws geweest. Hoe dan ook: water vormt een ernstige bedreiging voor de toekomst van Bangladesh. Aan de zeekant stijgt de zeespiegel en als dat in het huidige tempo doorgaat dan zou Bangladesh volgens de geleerden in 2050 voor 30% verdwenen zijn. Dit land leeft met natuurrampen, beheersing daarvan lijkt een onmogelijke opgave. Het land is overbevolkt met zijn 150 miljoen mensen op een oppervlakte 3,5 x nederland. Mooie plannen voor 1700 km dijk zijn er wel maar daar lijkt me het probleem niet mee opgelost. Bovendien wie gaat het betalen? Ik krijg de indruk dat er langzaam meer internationale aandacht ontstaat voor het probleem. Het onderwerp “klimaatverandering” staat nu overal hoog op de agenda, ook hier. En ook Shushilan gaat zich beraden over haar rol mbt de te verwachten effecten van de klimaatverandering.
Van oorsprong bekommert Shushilan zich sterk om de problemen van de allerarmsten in het zuiden van het land. Dat zijn vissers, landlozen, vrouwen, en slachtoffers van natuur-rampen. In het ZuidWesten heb je de Sundarbans, een grillig gebied met mangroves, waar heel weinig mensen wonen omdat het stee
ds onder water loopt. De Sundarbans vormen een soort natuurlijke wal tussen de bewooonde wereld en de zee. In dit gebied leeft de beschermde Bengaalse tijger. Als er meer land onder water staat wordt de tijger meer richting bewoonde wereld gedreven. Helaas verslindt hij ook wel eens een dorpeling op, die op hun beurt dan niets anders kunnen dan zo’n tijger doden. Dit tot groot ongenoegen van internationale tijgerbeschermers, die uiteraard zelf op veilige afstand zitten! In de Sundarbans wordt veel gevist. Als er een cycloon is in de Baai van Bengalen dan zijn de vissers de eerste slachtoffers.
In het zuidelijke gebied, net boven de Sundarbans, staan op dit moment nog hele stukken onder water. Ik ben er geweest en zag hoe veel huisjes nog natte voeten hebben. Met de orkaan Sidr in november 2007 zijn er naar schatting 3500 mensen verdronken en werden 7 miljoen mensen op de een of andere manier slachtoffer doordat ze hun huis, vee of huisraad verloren. In die tijd had de wereld veel oog voor wat er in Birma gebeurde na de orkaan Nagys. Bangladesh kreeg naar verhouding weinig aandacht; de omvang van de problemen was er kleiner, maar daarom niet minder ernstig. Shushilan is belangrijk in de distributie van de noodhulp en het realiseren van wederopbouw zoals het bouwen van nieuwe huizen voor de slachtoffers. Het bouwen van multifunctionele gebouwen, hoog op palen, die in normale tijden dienen als schoolgebouw, maar waar in tijden van een tsunami of overstroming de lokale bevolking naar toe kan
vluchten om droog en hoog te zitten (zie foto). Nu, een jaar later, zijn we er hier nog heel druk mee bezig. Er zijn veel huizen gebouwd maar het is gewoon niet genoeg.
Vandaag werden 175 huizen van een programma van 800 officieel opgeleverd. Ik ben er met mijn directeur en een paar collega’s heengeweest. Het zijn eenvoudige huisjes, maar wel doordacht geconstrueerd. Ze staan hoog en hebben een solide betonnen ondergrond. Verder zijn ze gemaakt van lokale materialen op een manier dat de lucht goed kan circuleren. Dat is heel belangrijk in dit bloedhete land. Iedereen was uitgelopen om de delegatie van de overheid en van de UNDP te ontvangen (zie de fotos). Een vervolgprogramma zit er wel in, begrijp ik. Mijn organisatie is capabel in de organisatie van noodhulp en wederopbouw en dat wordt ook erkend. We denken veel na over de impact van projecten en programmaas; in de trand van hoe het niet moet en hoe het beter kan. Dat zijn heel inspirerende gesprekken. Bepaalde gedachten worden zeker verwerkt in het nieuwe strategische plan waar nu aan gewerkt wordt.