Het ontwikkelingshulp debat speelt zich niet alleen af aan de kant van de donorlanden, maar net zozeer hier, aan de kant van de ontvangers. Vragen als: wie heeft er wat aan, wat is het effect op de lange termijn, wat zijn de neveneffecten en wie wordt er wijzer van wat, worden hier druk besproken. In M&E termen (monitoring and evaluation) voeren we een levendig debat over output, outcome of impact van programma’s of projecten. Eigenlijk heerst er wel een soort overeenstemming dat we meer toe moeten naar impact meting. Dat betekent dat we de effecten van programma’s op de lange termijn willen zien te beoordelen c.q. willen proberen in te schatten. Eigenlijk is het al mooi als we een stap maken van output- naar outcome-meting en een stap van project-ontwikkeling naar programma-ontwikkeling. Doch, er lopen nogal wat denkers rond bij Shushilan en die filosoferen nu eenmaal graag over de verre toekomst. Ze hebben ook wel goede redenen om de discussie over "impact" te voeren, want terugkijkend op vele jaren van hulp zijn er een paar duidelijke voorbeelden van negatieve effecten van hulp programma’s. Shushilan kijkt daarbij vooral naar de effecten voor de allerarmsten en naar de biodiversiteit en het ecosysteem.
In de jaren 60 werd er een programma opgezet, door de overheid van Bangladesh, om de opbrengst in de rijstcultuur te verbeteren. Kunstmest en pesticiden werden geintroduceerd met veel steun vanuit de overheid toendertijd. De opbrengst van het land verbeterde en droeg daar mee bij aan een vermindering van de armoede. Maar er waren ook neveneffecten die, achteraf bekeken, helemaal niet zo positief zijn. Bangladesh kende heel veel verschillende rijstsoorten en die zijn allemaal verdwenen. Er is nu sprake van een monocultuur in rijst. Het overmatig gebruik van kunstmest ging bovendien ten koste van de vruchtbaarheid van de grond. Tegelijkertijd veranderde er ook iets in de land-eigendoms verhoudingen.
Er ontstond afhankelijkheid van kunstmest, maar kunstmest wordt niet eeuwig uitgedeeld en kost geld. Dit werd de kleine boeren fataal. In snel tempo werden veel boeren landloos en moesten op zoek naar een andere bron van inkomsten. Traditioneel wordt er veel vis gevangen in dit waterrijke gebied en zo zochten velen hun heil in de visserij. Langs de rivieren wordt in dit zuidwestelijk deel van het land ook zoetwater-kreeft gekweekt. In de jaren 80 werd hier een nieuw project geintroduceerd: de garnalenkweek. Daarmee werd op grote schaal nieuw werk gecreeerd. Dat leek in eerste instantie heel prachtig. De garnalenkweek (vooral met duitse hulp opgezet en beheerd) werd commercieel aangepakt en richtte zich op de export. Nu zegt men dat vooral de rijken er rijker door geworden zijn en dat de regio opgescheept zit met een hoop narigheid. Grote gebieden zien er nu uit als omdijkte bakken water. De garnalen worden gekweekt in zout water, waarvoor een heel systeem is opgezet om het land permanent zout te houden. De vraag naar garnalen is in de loop der tijd flink toegenomen maar ook de eisen die aan de kwaliteit gesteld worden. De garnalenkweek is nog steeds groot maar kreeg last van ziektes en de kwaliteit verminderde. Tegelijkertijd werd de kwaliteit van de grond en het grondwater in dit gebied verziekt door verzilting. Dagloners in de garnalenkweek moesten opnieuw op zoek naar alternatieve inkomstenbronnen. Veel mannen zijn zich bezig gaan houden met houtkap en houthandel in de Sundarbans.
De Sundarbans zijn mangrovebossen; de grootste in omvang ter wereld; en vormen een belangrijke buffer voor Bangladesh tegen de oprukkende zee en tegen cyclonen. Hier kun je nu dus de volgende catastrofe zien aankomen: er wordt op een onverantwoorde manier hout gekapt. Shushilan beraadt zich op wat ze kan doen om dit verder tegen te gaan. Shushilan heeft overigens veel goede projecten die gericht zijn op behoud van de biodiversiteit en op duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Shushilan heeft een immens netwerk opgebouwd in de lokale communities, waardoor ze een geweldig bereik heeft om allerlei programmaas uit te voeren. En b.v. boeren te betrekken in trainings programma’s m.b.t. gebruik van zaden en natuurlijke manieren om plantenziektes te voorkomen. Er wordt ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van landbouw en rijstteelt op verzilte grond.
Feitelijk kun je zeggen dat er in het verleden te weinig is nagedacht over de lange termijn effecten. Zeer waarschijnlijk zijn zowel het rijstcultivatie programma alswel de garnalenkweek opgezet met de beste bedoelingen en werd de negatieve impact op het ecologisch systeem in dit kustgebied en op de sociaal economische verhoudingen niet ingeschat.
foto: De bus reed zo hard dat ik geen foto heb kunnen maken van een garnalenkwekerij. Dan maar een prachtig plaatje van een zielige waterpomp in een ondergelopen gebied.
foto midden: hout uit de Sundarbans
foto boven: de rijst wordt gedroogd.