de Kawra

Pict0047

Bangladesh heeft een moeizame geschiedenis met minderheden. Het is overwegend een moslimland maar er zijn ook hindoes, boedisten, katholieken en etnische minderheden. Etnische minderheden tref je meest aan in grensgebieden met Birma en in het oosten met India. In de recente geschiedenis zijn m.n. de hindoes in grote getalen het land uit gejaagd. Met de afsplitsing in 1947 van India vond er een grote volksverhuizing plaats van hindoes naar India en moslims naar (het huidige) Bangladesh en Pakistan. Desalniettemin bleef er toen nog een groot percentage hindoes over in Bangladesh, zo’n 30%. Sindsdien zijn er diverse aanleidingen geweest voor moslims om de hindoes op te jagen en te verdrijven. Het huidige percentage hindoes is ongeveer 8% wat op een bevolking van 150 miljoen altijd nog heel veel mensen zijn.

In 1992 was er een opstand in India van extreme hindoes die de moskee Babri Masjid afbraken omdat daaronder een oudere hindoetempel ligt. Deze aktie zorgde in heel Bangladesh voor een beweging onder moslims om jacht te maken op hindoes. Hoe dit er aan toe ging staat zeer gedetailleerd beschreven in het boek “Shame” van de Bengaalse schrijfster Taslima Nasrin. Echt vreselijk wat mensen, die eerst normaal met elkaar samen leven, elkaar kunnen aandoen als zo’n beweging niet wordt gestopt door een rechtssysteem en een sturende overheid. Het boek van Taslima was lange tijd verboden in Bangladesh maar nu is het gewoonPict0041 te koop in de boekwinkel.

Onder de hindoes heb je allerlei lagen/kasten waarbij de Kawra zo’n beetje de allerlaagsten en de allerarmsten zijn. Zij zijn van origine varkenshoeders. Ze leven in kleine, nogal onhygienische, gemeenschappen met hun varkens. De mannen trekken met hPict0013un kuddes varkens door het land en de vrouwen blijven thuis met een paar varkens. De varkens lopen gewoon tussen de hutjes. Ze worden door moslims gemarginaliseerd omdat moslims nu eenmaal geen varkensvlees eten. Mujibur, mijn counterpart, spant zich in voor de rechten van deze Kawra-groep. Hij heeft, naast zijn werk bij Shushilan, een eigen NGO opgericht, onder de weldoenende naam Nice-foundation, die zich specifiek met deze minderheid bezig houdt. Ze hebben (kleine) varkensstallen gemaakt, organiseren trainingen w aarbij de mensen beter voor zichzelf leren opkomen, lessen krijgen over het hygienisch hoeden van varkens, hoe ziektenPict0032 te voorkomen en aan te pakken etc. Ook wordt er gewerkt met lokale overheidsdiensten om oude (voor)oordelen te slechten. Veterinaire diensten moeten hun diensten net zo goed aanbieden aan deze varkenshoeders en hun problemen. Om op te komen voor minderheden moet je in dit land sterk in je schoenen staan en echt overtuigd zijn van de beginselen van gelijkberechtiging. Mujib is een man met sterke principes. Ik ben vaak op pad geweest met hem en heb zo allerlei bijeenkomsten met de Kawra meegemaakt. Dat is altijd een hele happening. De gemeenschappen zijn alleen bereikbaar met dPict0068e motor. De ritjes er naar toe, achter op de motor, gaan door prachtige landschappen. De mensen zijn kleurrijk en Pict0056 bijzonder blij met de positieve aandacht die hen als groep gegeven wordt. Op een gegeven moment heb ik zelfs als speciale gast schooluniformpjes uitgedeeld aan de meisjes. Dit was een donatie van een engelse organisatie om de meisjes te stimuleren naar school te gaan. Ik denk dat zoiets eenvoudigs heel goed werkt. Alle meisjes blij en trots, maar vooral de moeders.  De NGO van Mujib is typisch een voorbeeld van een kleine organisatie die met beperkte fondsen relatief veel doet. Bij een grotere organisatie is het altijd veel moeilijker om goed zicht te houden op wat er overal gebeurt en hoe het gebeurt. Het risico van “groot” is dat het ten koste gaat van “kwaliteit”: een belangrijke reden voor een helder Monitoring & Evaluation beleid. Daarmee zijn we dan bij de achtergrond van wat ik zit te doen bij Shushilan.

Dit bericht werd geplaatst in Bangladesh. Bookmark de permalink .