Trekking

Pict0272 De 10-daagse trekking zit er op. We zijn weer terug in Pokhara, een echt toeristenstadje met veel Pict0296_2 prullariashops en restaurantjes, aan een groot meer. We hebben een fantastische tocht gehad met permanent mooi weer. ’s Nacht kon het nog wel eens vriezen, maar midden op de dag was het altijd zonnig en lekker. We liepen permanent tussn de tussen 7000 en 8000 meter hoge toppen. ik ben nu helemaal vertrouwd geraakt met namen als de Daulagiri, Nilgiri, Machhapuchhre (de vissestaart!) en natuurlijk de Annapurna South (nog nooit beklommen vanwege de steilheid), de Annapurna 1, 2 en 3. De eerste dag vlogen we met een klein vliegtuigje van Pokhara na Jomosom, rakelings langs al die mooie toppen. Die vlucht alleen al is de moeite waard om er heen te gaan. Als je in Jomosom aankomt zit je gelijk in de andere wereld van het bergleven. Voor de mensen die er wonen is het leven hard en simpel. Van daaruit liepen we naar Kagbeni, waar je zowat in de middeleeuwen beland. In het oude Kagbeni zijn de lemen huisjes als een soort kasba aan elkaar gebouwd. Het leven ziet er uitermate primitief uit met her en der boven de deuren schedels met takken ed., die meer aan bijgeloof doen denken dan aan Pict0532 boedistische uitingsvormen.  Een mooi boedistisch klooster is er overigens ook, zoals in zowat al die bergdorpjes. Ik heb heel wat stoepa’s, gompa’s, gebedsvlaggetjes en -molens gezien. We hebben ook een keer een boedistisch festival meegemaakt bij de openng van een tempel: heel erg kleurrijk! Ik weet nu ook wat mani’s zijn: dat zijn de muurtjes met stenen, waarin gebeden zijn gebeiteld. De dag erop moesten we ongeveer 1000 meter stijgen om in Muktinath te komen. Dat was een pittige dag, maar goed te doen. Bij aankomst ben ik tenminste nog verder bergopwaarts geweest om het klooster aldaar te bekijken. Met 3760 meter was het het hoogste punt waarop wij geweest zijn. Het lopen op die hoogte kan door iederen met een normale goede conditie gedaan worden, als je van tevoren de tijd hebt genomen om een beetje te acclimatiseren.  Je voelt het nl. wel; met het alsmaar stijgen werd ik bPict0358eslist kortademiger. Het landschap daar is prachtig: heel wijds; zanderig en dus erg stoffig. Rondom de plaatsjes is er wat landbouw en er zijn appelbomen. We sliepen in simpele guesthouses. Douchen hebben we niet zoveel gedaan: als er alleen een straaltje koud water uit de kraan komt is dat op die hoogte in de vrieskou ’s ochtends en ’s avonds niet zo aantrekkelijk. We warmden ons liever met hete thee aan een bak hete kooltjes onder de tafel. Ik vond dat het eten in alle restaurantjes onderweg eigenlijk best goed  was en redelijk gevarieerd. Het fruit was meestal beperkt tot appels. We dronken verse appelsap, aten appelpannekoek of muesli met appel en melk. Na Muktinat zijn we langzaam afgedaald via Marpha, Kalapani, Tatopani, Ghorepani, Tadapani, en Gandruk naar Nayapul. Als je eenmaal weet dat ‘pani’  water Pict0448 betekent dan weet je dat er een rivier loopt langs die plaatsen. We hebben een aantal dagen langs de Kali Gandaki gelopen; een heel brede rivier, die naarmate we lager kwamen alsmaar woester ging stromen. We liepen nog als eens van de linker naar de rechteroever , of omgekeer en moesten dan oversteken over vervaarlijk wiebelende hoge hangbruggen. Met mijn hoogtevrees ben ik helemaal geen held in dat soort dingen. Maaike ook niet, zodat ik gelukkig niet de enige was. We hadden een goede truc om onze angst te bezweren. Hand in hand liepen we, hardop tellend, strak voor ons uit kijkend, in een strak tempo naar de overkant. We hebben zoveel van die hangbruggen gehad, dat ik er inmiddels enigszins aan gewend ben geraakt. Sinds twee jaar loopt er langs de loop van de KaliGandaki een weg waar bussen en auto’s overheen gaan. Een weg; nou ja, een onverhard pad langs afgronden en steile hellingen, waar twee bussen elkaar vaak niet kunnen passeren. Meerdere malen zagen we hoe een bus dan achterwaarts moest manouvreren om een breder stuk te vinden voor de passage. Wij waren heel erg blij dat we gewoon te voet waren en niet in die bus zaten! Hoe verder we afdaalden hoe groener het landschap werd. Bij Tatopani was het dalen even afgelopen. Op een dag klommen we naar Gorepani, wat maar liefst 1700 meter hoger ligt. Geen lekker looppad, maar allemaal rotsen, stenen en traptreden. Misschien was dat wel de zwaarste etappe op onze route. Mijn knieeen hebben het er zwaar te verduren gehad. Maar de route was prachtig; langs watervallen en door naaldbossen. Daarna hebben we nog een paar dagen door weelderige bossen bergafwaarts gelopen. Het is goed om nu een rustdag te hebben, zodat mijn knieen bij kunnen komen. En niet te vergeten de kuiten. Ik heb me hier in Pokhara laten masseren. Wat een weldaad! Maaike kende een massagebedrijf wat helemaal gerund wordt door blinden. Heel apart om mee te maken!

Morgen gaan we met de bus naar Chitwan; dat is zo’n 8 uur zuidwaarts. Dat is laagland met een tropisch klimaat. Lijkt me lekker. Vandaag heeft het zowaar geregend in Pokhara. Dat schijnt voor deze tijd van het jaar niet normaal te zijn. Het is dan ook frisser dan verwacht.

   

Dit bericht werd geplaatst in Nepal. Bookmark de permalink .