Na een cruiseachtige tocht over de machtige Ayeyarwaddy rivier in Bagan aanbeland. Zoals we inmniddels gewend zijn in Birma duurde de tocht weer enkele uren langer dan aangegeven. Dat is wel vermoeiend. Bagan is een oude konkinkrijksstad. Hier staan wel 2000 tempels op een oppervlakte van 40 vierkante km. Vanaf de 11de eeuw bouwde de ene heerser na de andere hier de mooiste boedistische tempels. Als je bij zonsondergang boven op een van de tempels staat en het landschap overziet zie je een horizon met allemaal gouden pieken en torentjes in diverse stijlen. Invloeden van Sri Lanka en Cambodja zijn voor de kenners beslist te identificeren. Heel bijzonder, alhoewel in mijn beleving deze tempels het toch niet halen bij de verfijnde schoonheid van de tempels in Tibet. Gisteren hebben we een tocht gemaakt langs een aantal mooie exemplaren met paard en kar. Het landschap is nl. stoffig, ruig en het is nog steeds heel heet. Vandaag heb ik samen met Mariet op een gehuurde mountainbike nog wat verder rondgetourd en ons ergens het procede van het lakwerk laten uitleggen. Typisch iets van hier. Ze verwerken hier paardenhaar in lakwerk kommetjes. Morgen, of liever gezegd vannacht om half 4, gaan we met een bus naar Kalaw, waar een 3 daagse trektocht op het program staat. Door wind, hitte en stof ben ik inmiddels snipverkouden; hoop dat dat snel overgaat.