Eenbenige roeiers

We zitten op het Inle meer, het thuis van de eenbenige roeier. Hier varen ze met een soort lange gondel waar de roeier achterop staat met een roeispaan die hij met een been in het water op en neer beweegt. Ik heb deze methode nog nooit elders gezien. Het Inle lake ligt tussen bergen, is meer dan 20 km lang, ondiep, en voor een groot deel begroeit met water hyacinthen. Het ziet er prachtig uit en de talloze vissers en eenbenige roeiers maken het tot een uitermate fotogeniek geheel. We hebben er de hele dag op getourd met een gemotoriseerde gondel; onderweg allerlei plekjes aandoend zoals een kleurrijke markt, een sigarenmakerij e.d. Echt leuk om dat te doen. Hiervoor hebben we 4 dagen gelopen door de bergen tussen Kalaw en dit meer. We liepen door kleine dorpjes met etniese minderheden waar het leven nog heel authentiek is. De modernisering is er nog ver weg. Waar wij waren werd veel rode peper verbouwd. Het is een vruchtbare streek. We hebben er van alles gezien: veel mandarijnen, papaya, gember,en ook koffie en thee. Het werk wordt gedaan met buffels, en ossenkarren. In het begin maakte ik er een sport van om mannetjes gezeten op buffels te spotten, maar hier kwamen we ze met bosjes tegen. Auto’s zijn er in Birma uberhaupt nauwelijks, maar in deze streek al helemaal geen. Het gebruikelijke vervoermiddel is een brommertje. Tijdens de trekking sliepen we in een boedisties klooster en bij mensen thuis. Daar moet je je niet teveel comfort bij voorstellen. De huizen en kloosters zijn van hout en staan op palen. Slapen deden we op de plankenvloer op een matje. Dat is voor ons westers verwende mensen behoorlijk hard. Bovendien was het in de bergen voor het eerst ’s nachts koud. Daar hadden we ons een beetje in vergist. We kregen dekens, maar de eerste nacht gingen we er voornamelijk op liggen in plaats van eronder. De tweede nacht wisten we wel beter! Nachten in dit soort dorpen zijn een feest voor sterrenkijkers. Er is geen electriciteit; waardoor de hemel ineens weer 10x zoveel sterren laat zien. Geweldig. Overigens gaat het met mijn gezondheid weer uitstekend. Volgens mij kom ik zelfs aan. De noedelsoepjes en fried rice met groenten smaakt mij altijd goed. Hier op het meer is het minder koud dan in de bergen, maar het is duidelijk dat het winterseizoen nu zijn intrede gedaan heeft. De extreme hitte van de eerste 2 weken is voorbij. Op de middag is het nog wel heet maar verder gewoon lekker. Ik denk dat wat jullie op het kaartje van Birma te zien krijgen aan lokaties en temperatuur niet helemaal klopt met de werkelijkheid. Toen het 35 graden was zag ik dat de weblog 17 graden aangaf. Daar klopte dus geen hout van.
Nog 2 daagjes in Birma en dan zit ik alweer in Thailand.

Dit bericht werd geplaatst in Birma. Bookmark de permalink .