Na Zanzibar dwars door Tanzania en Zambia met de Tazara trein

Woensdagmiddag ben ik op Nederlandse bodem geland met een vlucht van Emirates vanuit Lusaka met een tussenlanding in Dubai. Het is fijn om na 2 maanden reizen weer thuis te zijn; in mijn eigen sfeer met alle comfort. En achter glas zowaar een heerlijk zonnetje! Buiten is het ijzig koud; dat is wennen.
Ik ben maar één dag in Lusaka geweest. Het is een oninteressante identiteitsloze stad met onwaarschijnlijk veel dure shopping malls. Toen ik op internet ontdekte dat ik een vlucht kon boeken voor de volgende dag heb ik dat dan ook maar gelijk gedaan. Ik had nog overwogen om door te reizen naar Mozambique, maar de bodem van mijn pillen- en geldbox deed mij besluiten dat idee te laten varen. Een andere keer dan maar. Bovendien is het ook niet aantrekkelijk om in het regenseizoen daar heen te gaan. Sinds ik in de stromende regen met de ferry uit Zanzibar terugvoer naar het vasteland van Tanzania weet ik weer wat regenseizoen betekent. De laatste dagen was het tegen de avond telkens raak.

Kilimanjaro de Tazara trein bij vertrek van alles te koop langs het spoor

Even terug naar wat ik gedaan heb in Tanzania sinds mijn vorige bericht.
In Moshi heb ik me met 25 andere mensen in een DalaDala (een klein busje) laten proppen om de Kilimanjaro van dichtbij te aanschouwen. Beklimmen was geen optie want dat kost een vermogen en bovendien had ik er absoluut de conditie niet voor.
Vanaf Moshi ben ik vervolgens met een (gewone grote) bus naar Dar es Salaam gegaan. Ik had er afgesproken met Jan Peter en Tammy, oude vrienden uit mijn Beira/Mozambique tijd, die nu al weer wat jaartjes in Dar wonen en inmiddels een gezin gesticht hebben met 3 kinderen. Toen ik Tammy voor het laatst zag was ze van de eerste in verwachting. Tamara Joe bleek nu al 12 jaar te zijn. Tijd is een raar ding. Voor mijn gevoel had ik ze nog niet zo lang geleden gedag gezegd, maar 12 jaar levert echt al een nieuwe generatie op…….
Van Moshi naar Dar is 570 km. Prima weg met fraai zicht op de Usambara mountains. Goede bus voor weinig geld. Ik zat op de voorste stoel en genoot van een weids uitzicht. Eindeloos langs sisalplantages gereden. Ik dacht dat de markt voor touw onderhand opgedroogd was, maar als je dat daar ziet krijg je een heel andere indruk. Enfin de rit zou 8 uur duren. Er was slechts één stop onderweg. Je kreeg een kwartier voor toilet en eten! De efficiency heeft duidelijk zijn intrede gedaan in Tanzania: de kip met patat stond al klaar, dus Hakuna Matata (no problem)!
Helaas liepen we toch wat vertraging op zodat het al pikkedonker was toen ik tussen de opdringerige taxichauffeurs stond op Ubunga station in Dar es Salaam. Ik probeer het donker altijd te vermijden, maar je hebt nu eenmaal niet altijd alles in de hand. Aankomen in het donker in een vreemde stad maakt je als buitenlander extra kwetsbaar. Bovendien kan ik me dan helemaal niet orienteren. Jan Peter loodste me telefonisch langs alle taxiobstakels waarna we elkaar troffen op een afgesproken plek in Osterbay, het noorden van de stad. Vervolgens heb ik een paar dagen super relaxed bij hen gelogeerd; veel herinneringen opgehaald, genoten van de kinderen en natuurlijk ook van een slaapkamer met airco (voor het eerst op deze reis), van mijn wasje in de wasmachine (ook voor het eerst) en zo meer waar een reiziger na verloop van tijd naar verlangt. In Dar had ik nog een (kleine) missie te vervullen. Ik had een lonely planet van Ethiopie van vriendin Mary Ann geleend, die hem op haar beurt weer geleend had van Monique in Dar. Dat boek moest dus terug! We hebben er een gezellig avondje bij de Ethiopier van gemaakt. Eigenlijk heb ik niet zo veel van Dar es Salaam gezien en vond dat op dat moment ook geen enkel punt.

1-P1240776  23-P1240932 (Kopie) 07-P1240916 (Kopie)

Daarna ben ik met de boot naar Zanzibar gegaan. Een eiland met een mengeling van Arabiese, Portugese, Indische en Afrikaanse invloeden. Sinds de 10e eeuw gebruikten de Arabieren Zanzibar als uitvalsbasis voor handel. De Arabische invloed in architectuur en stratenplan van Stone Town (de hoofdstad) is overal zichtbaar. Het heeft ook opgeleverd dat het eiland islamitisch is. In de 16e eeuw kwamen er de Portugezen die op hun beurt verdreven werden door de engelsen en de sultan van Oman. Zanzibar werd het eiland van waaruit ontelbare slaventransporten plaats vonden. Langs de kust zijn er her en der grotten te bezichtigen die dienden als “opslagplaats”van slaven. Én het werd het eiland van de specerijen(vooral kruidnagel, maar ook nootmuskaat, foelie, kardemom, etc.). Pas in 1963 werd Zanzibar onafhankelijk en in 1964 deel van Tanzania.
Stone Town is een leuk plaatsje met soukachtige straatjes en historische gebouwen, die zowat allemaal in staat van renovatie en herbestemming verkeren. De toeristensector vaart er wel: er zijn zowel 5 sterren hotels alswel budget hostels te vinden. Er moet echter nog heel wat gedaan worden om de oude gebouwen toerisme klaar te maken. Ik trof b.v. het Tipu Tip huis aan. Keurig bord met uitleg op de buitenmuur, maar binnenin was het een vervallen bende waarin allerlei gezinnen huizen. Tipu Tip is voor mij tot leven gewekt in het boek Congo van David van Reybrouck. Hij was in de 19e eeuw een van de belangrijkste Arabiese handelaren in Oost Afrika, die zorgde voor het aanleveren van slaven vanuit Oost Congo naar Zanzibar. Later vestigde hij zich op het eiland als kruidnagel-plantagehouder.
Zanzibar is ook bekend vanwege haar prachtige stranden. Veel toeristen komen er duiken en snorkelen. Ik ben nog een paar daagjes naar Jambiani gegaan, aan de zuid/oostkust. Dat is een klein langgerekt dorpje van kalkstenen huisjes langs de Indische Oceaan. Ik heb er gelogeerd bij Doris en James, die tijdelijk in het huisje van Ilse wonen, die bij mij in de wijk woont in Rotterdam. Een heel bijzondere plek en heel bijzonder hoe ik hier terecht ben gekomen. Ik heb er fantastisch gewandeld over hagelwitte stranden langs de azuur blauwe en groene zee. Wat een intense kleuren! Ik geniet nu nog van het handvol schelpen wat ik er achteloos opgeraapt heb.

In de stromende regen ging ik na een paar dagen met de ferry terug naar het vasteland. Ik had mijn zinnen al enige tijd gezet op de Tazara trein. Dat is een spoorlijn van Dar es Salaam naar Kapiri Mposchi in Zambia van meer dan 1800 km lang. Over dat traject doe je 2 dagen en 2 nachten. Ik was er warm voor gelopen doordat er in de truck een echtpaar zat die deze trip al vanuit Nederland aan het plannen waren gegaan. Zodoende deed ik ook pogingen om via een agent op internet dat geregeld te krijgen. Maar ja, als ik reis kan ik niet steeds op internet kijken. Uiteindelijk ben ik gewoon naar het Tazara station gegaan met een taxi. De beste methode, want ik kon gewoon ter plekke een kaartje kopen: 35€ eerste klas-sleeper voor 2 nachten! Waar vindt je zo’n goedkoop hotel….
Bij dat eerste klas moet je je overigens niet al te veel voorstellen. De trein is oud en versleten. Van alles is kapot. De ventilator deed het niet. Het raam moet je open houden door er een stok tussen te zetten. Je krijgt lakens en dekens die zijn gewassen op zijn Afrikaans (met de hand in koud water) waarna ze meer grijs dan wit ogen. Maar niet geklaagd; het was echt fun. Alle buitenlanders werden bij elkaar gezet in 3 coupe’s naast elkaar. Plenty ruimte want ik zat de eerste dag met 2 anderen in een coupe en de tweede dag zelfs helemaal alleen. De trein rijdt door het noordelijk stuk van het Selous Game Reserve. Zodat we eigenlijk een gratis game-drive hadden. Vanuit de trein van alles gespot: giraffen, impala’s, zebra’s, een luipaard, knobbelzwijnen, gnoe’s, bavianen. De route door Tanzania gaat door bergen en is heel groen. Prachtig. De dorpen onderweg zien er eigenlijk best goed uit. Overal huisjes van bakstenen en golfplaten daken. En er wordt heel veel aan landbouw gedaan. Zodra de trein stopt stormen er hordes kinderen aan die van alles te koop aanbieden: chapati’s, bananen, maiskolven, cashewnootjes, pinda’s en zo meer. Er is overigens ook een restauratiewagen, maar het eten is nou niet bijzonder lekker te noemen.In de trein worden we aangesproken door Mama Kee, die zich als een hostes opstelt: ze waarschuwt ons buitenlanders voor de gevaren langs het spoor, voorziet ons van adviezen en komt af en toe de boel aanvegen. Het heeft wel wat! De tweede avond bereiken we de Zambiaanse grens. Midden in de nacht komen douanebeamten de trein in en plakken een visum in het paspoort voor 50$. Da’s gemakkelijk geregeld! De reis door Zambia is wat minder interessant. Het landschap is vlak en alsmaar hetzelfde. De dorpjes zien er armer uit dan in Tanzania: er zijn veel meer hutjes.
Het is Afrika, dus natuurlijk komt de trein veel later aan dan gepland. Het is reeds middernacht (de 3e nacht) als we in Kapiri Mposhi aankomen. Gelukkig heb ik via Mama Kee reeds in de trein contact kunt leggen met een Afrikaanse dame die een lodge heeft. We zijn nog met 5 buitenlanders (een australies stel, een sloveens stel en ik) en wringen ons met zijn 5 en al onze bagage in één taxi op weg naar de lodge. Over een zandweg met diepe kuilen bleek dat toch nog een hele opgaaf. Helaas bleek de lodge haar titel niet helemaal waardig…..geen stromend water…….en wat hadden we uitgekeken naar een douche…..

Met de DalaDala zijn we in Lusaka terechtgekomen, waar ik met het Sloveense stel een backpackers hostel opgezocht heb. Met 3 dagen reizen hadden we al een hechte band gekregen. En voelde het afscheid zelfs een beetje zwaar. It’s part of the game; zo gaat dat als je reist: je leert steeds nieuwe mensen kennen die je ook weer los moet laten.

Mijn eerstvolgende vertrek wordt richting Roncesvalles in de Pyreneeen. Ik heb gezien dat ik ingeroosterd sta als hospitalera van 13 tot 28 april.
Twee maandjes Rotterdam dus en dan weer de hort op.

Dit bericht werd geplaatst in Ethiopie, Kenia, Tanzania, Zanzibar, Zambia. Bookmark de permalink .