Elke keer dat ik in Santiago eindigde fantaseerde ik verlangend over het continueren van de tocht naar Fisterre. Het ontbrak me steeds aan de nodige energie of tijd om het ook werkelijk uit te voeren. Nu heb ik het dan echt gedaan. Sterker nog: ik ben ook nog doorgelopen naar Muxia. Daarmee heb ik in 4 dagen tijd nog eens een kleine 120 km toegevoegd aan de 1000 km vanaf Sevilla. Een pittige maar prachtige route. Het lijkt wel of mijn benen nu alles aankunnen. De eerste dag van Santiago naar Negreira was overigens geen onverdeeld genoegen: het stortregende; de beloofde zon liet nog een dagje op zich wachten. Daarna werd het fantastisch zomerweer en dat is het daar nu nog. Helaas zit ik nu weer in miezerend Rotterdam. Ik ben dan wel 7,5 week op pad geweest, maar van drang om terug naar huis te willen was nog geen sprake. Ik mis nu al het pure genot van het lopen met opkomende zon door ochtendnevels in de bergen en de rust van het uitgestrekte landschap met enkel het geluid van kwetterende vogeltjes….. Ik troost me met het idee dat het wel fijn is om ’s nachts gevrijwaard te blijven van snurkers om me heen. Die kan ik missen als kiespijn.
Fisterrae
werd vroeger beschouwd als het verste puntje oftewel het eind van de wereld. Muxia ligt een kleine 30 km noordelijker, ook aan de kust. Op een rotspunt in zee staat het heiligdom van Nosa Señora de Barca, de maagd Maria die met haar stenen boot Jacobus te hulp schoot toen deze wat vermoeid raakte van al zijn preken. De resten van haar boot liggen nog op de rotsen; het zijn allemaal fantasierijke legendes, die eeuwenlang pelgrims motiveerden. Het dak van deze kerk ging afgelopen jaar in vlammen op. De restauratie heeft kennelijk hoge prioriteit; dat dak ligt er volgend jaar heus weer op! Muxia is een rustig vissersdorpje, waar je ’s ochtends de zon uit de zee ziet oprijzen in het oosten en ’s avonds ziet wegzinken in het westen. Het is (nog) niet platgetreden door vreemdelingen, wat jammer genoeg met Fisterre wel al aan het gebeuren is. Vijf jaar geleden was ik al eens met de bus naar Fisterre gegaan, maar trof nu een beduidend commerciëler en moderner dorpje aan. De stroom van wandelaars en fietsers is ook hier toegenomen, wat de welvaart van deze plaatsjes beslist ten goede is gekomen maar ook wat afbreuk heeft gedaan aan de sfeer van authenticiteit.
De route naar Fisterre vond ik best druk. Er liepen veel meer mensen dan ik verwacht had. Dat gold ook voor het eerste deel op de Via de la Plata. Het duurt altijd een paar dagen voordat je precies in de gaten hebt wie er allemaal op een route loopt. Uiteindelijk bleek mij dat er helemaal niet zoveel mensen de gehele route de doen. In elke grote stad (Merida, Cáceres, Salamanca, Zamora, Ourense) zag ik mensen uit de route stappen of er juist beginnen. Vanaf de splitsing bij Granja de Moreruela bleven er op de Sanabria route nog maar een handjevol mensen over. Ik denk dat veel mensen de gemakkelijkere route over Astorga gekozen hebben. Ik heb op de Sanabria regelmatig in heel fraaie goed uitgeruste herbergen geslapen met slechts 5 of 6 mensen. Dat is lekker rustig, maar je ziet duidelijk dat daar veel geld geïnvesteerd is. Sommige herbergen zijn echt architectonische hoogstandjes van licht en luchtigheid, waar over alles nagedacht is. Mogelijk verwacht men ook daar nog gestage groei van het aantal pelgrims.
Zoeken
-
Laatste berichten
- Yorkshire Dales National Park augustus 28, 2025
- Dolomieten sneeuwwandelen maart 2, 2025
- Malaga oktober 8, 2024
- Van Guernica en Bilbao naar zonnig Madrid oktober 3, 2024
- Mooie kusten september 30, 2024
Archief
Categorieen
Blogroll
-