Regen, kou, mist; alles zit dicht; de bergen zijn niet eens te zien.
Gister was het een mooie dag. Gelukkige pelgrims. Maar het venijn zat hem (wederom) in de staart van de dag.
Om half 4 kwam er een Amerikaan binnen van 60+. Zijn dochter van 23 liep een eindje achter hem en zou zo arriveren. Dus hij vulde alvast een formulier in voor haar en betaalde voor 2 bedden. Hij liep wat heen en weer te drentelen, maar geen dochter die kwam. Hij werd allengs ongeruster en begon andere pelgrims te vragen of zij haar hadden gezien. De oploop van ongeruste mensen groeide. De laatste keer dat ze was gesignaleerd was net voorbij de fuente bij de grens met Navarra. ’s Avonds werd hij zo ongerust dat hij 112 wilde bellen. Hem dit laten doen bij de balie, want hij had echt heel Roncesvalles al 10x doorkruist om haar te zoeken. Even later werd ik terug gebeld door de bomberos. De Amerikaan sprak geen woord Spaans en de bomberos geen woord Engels. Dus….beetje onhandig allemaal. Binnen 10 minuten stonden er 4 bomberos in de hal. Waar was ze voor het laatst gezien, heeft ze een mobiel en wat is het nummer…..Tja, wel een mobiel, maar wat was nou ook al weer het nummer? De vader zelf had geen mobiel bij zich. Hij deed zijn best zich het nummer te herinneren, maar wist het niet zeker. Enfin, geen contact. Na wat heen en weer gepraat met ook andere pelgrims, die haar nog gezien hadden, besloten de bomberos te gaan zoeken. Achter de herberg bleef de 112 wagen met ambulance achter. Even later komen er 2 politiemannen langs. Ook die willen nog eens alles goed doornemen met de vader. Hij wordt onder de douche vandaan geroepen. Naam en adres, signalement, etc. De dochter is dan weliswaar een goede loper, volgens de vader, maar een kaart zou ze niet bij zich hebben. Het schort toch enigszins aan goede voorbereiding, lijkt het. Hij zou met de dochter die ochtend hebben afgesproken om in Roncesvalles te overnachten, maar ze hebben niet de hele tijd samen gelopen omdat hij langzamer is dan zij en hij vertrokken is vanuit Orisson en de dochter vanuit St. Jean Pied de Port. Mogelijk heeft ze een verkeerd pad genomen. Maar ja, het lijkt toch bijna onmogelijk dat je Roncesvalles mist, ook als je verkeerd loopt. Ik maan de vader aan om de moeder te bellen in de US om het telefoonnummer van de dochter te achterhalen. De man is nogal in de war maar met hulp van Harry slaagt hij erin om dat te doen. En wat blijkt…..de dochter heeft al contact gehad met moeder en die weet te melden dat ze in Espinal zit! Opluchting en blijdschap dat ze gevonden is. De politieagenten zijn net vertrokken. Ik hol naar de straat om ze in te halen en hen dit nieuws te melden. Volgens hen moet ze dan gewoon Roncesvalles voorbij zijn gelopen. De vader begint zich wat te schamen voor zijn aktie en vreest dat zijn dochter boos op hem zal zijn. Maar hij mag terecht boos op haar zijn, want het is toch vreemd dat ze zomaar doorgelopen is ??!!! Tenzij haar iets bijzonders overkomen is. Het probleem is opgelost maar het is toch jammer dat we niet precies te weten komen hoe deze vork in de steel zit. In ieder geval heeft deze story ons aardig bezig gehouden.
Tegelijkertijd was er nog van alles en nog wat zoals b.v. het verhaal van de autosleutels: Irene had de dag ervoor in de wasmachine een bos autosleutels gevonden. Deze hoorden echter niet bij het wasje wat ze had gedraaid. Zo belandde de sleutels in de mand gevonden voorwerpen. Die avond en de volgende ochtend kwam er niemand naar vragen en bleven ze gewoon in de mand achter. Bijna waren wij het parkeerterrein afgegaan op zoek naar de bijbehorende auto, totdat….ik in de middag ineens iemand aan de telefoon had die vroeg of er een bos sleutels gevonden was. Ja ja!!! u kunt ze hier bij de receptie op komen halen. Paar uurtjes later stopt er een taxi met een man en een vrouw. Helemaal blij dat hun autosleutels terecht waren. Wat was het geval? Zij hadden die dag gelopen naar Zubiri en ontdekten onderweg pas de vermissing. Hun auto hadden wij overigens nooit kunnen vinden, want die bleek in St. Jean Pied de Port te staan.
Deze week hebben we nog een keer een 112 aktie gehad. Drie Canadezen kwamen ’s middags aan en miste de vierde vrouw van hun groepje. Ze kwam maar niet opdagen en tegen de avond hadden ze in restaurant Posada gebeld met 112. Zo moest de brandweer alweer komen opdraven voor vermiste wandelaars. Deze dame bleek uiteindelijk terug gelopen te zijn naar St. Jean Pied de Port omdat ze haar groepje niet kon bijhouden en niet wist waar ze heen moest. Toch ook een merkwaardige situatie dat haar gezelschap onderweg niet op haar gelet en gewacht heeft…..
In Navarra is het beleid dat mensen moeten bijdragen aan de kosten van een zoekactie. Hoe ze dat beleid uitvoeren is me een raadsel. Ik denk dat ze naar dat geld kunnen fluiten.
Aan vreemde kostgangers op de Camino geen gebrek. Gisteravond kwam er een man helemaal waggelend de cour over gelopen. Op het punt van instorten. Óf dronken….niet zo duidelijk. Met glazige ogen stond hij stokstijf voor zich uit te staren. Niet zo verantwoord om hem in een bovenbed te leggen, dacht Jan en loodste hem naar beneden. De volgende ochtend is hij toch gewoon verder gelopen.
Weer iemand heel blij gemaakt met het retourneren van zijn gevonden portemonnee! Een Ier dit keer. Een donativo kon er wel van af!
In het Campamento logeerde een grote groep paters, nonnetjes en kinderen. Dat is bezoek van de priester en geeft ons niet veel werk. Iets anders zijn de grote groepen die als groep via internet reserveren en tussen de gewone wandelaars in gelegd worden. Het zijn meer vakantiegangers dan pelgrims. Jongeren hebben wij overigens liever dan ouderen….die snurken tenminste niet en lopen ’s nachts niet permanent naar het toilet. Maar af en toe bekruipt ons het gevoel dat we als goedkoop hotel gebruikt worden.


