Mijn voettocht naar Rome heb ik gepland vanaf juli en dan zolang als ik nodig heb. Dat zal toch minstens 2 en een halve maand worden. Of langer. Dat maakt niet uit. Ik heb de tijd. Eigenlijk zou ik nu eerder weg willen, maar er is nog van alles wat me bezig houdt tot eind juni. Een voorschotje op mijn voettocht kon ik afgelopen week toch alvast nemen. Ik was er in geslaagd om mijn agenda leeg te houden. Dus, de rugzak gepakt, bergschoenen uit het stof en mijn tablet GPS klaar gemaakt. Na een lange winter is het geen overbodige luxe
om alles opnieuw uit te testen. Tenslot word ik er niet jonger op, mijn halux-valgus voeten niet fraaier en mijn zicht niet beter. In 4 dagen tijd ben ik van Visé naar Namen gelopen.
Dat is zo’n 103,5 km volgens Ben Teunissen zijn boekje. Volgens mij heeft hij dat heel krap gemeten, want op basis van mijn uitgebreide ervaring had ik toch echt het idee dat het meer was. Toegegeven dat ik ook af en toe het spoor bijster was en om- danwel teruggelopen ben, maar toch…. Ik heb best vaak mijn GPS geraadpleegd en was heel blij met dat ding. Het is even wennen om alle functies door te krijgen, maar uiteindelijk was ik wel in staat om met de GPS het juiste bospad te kiezen. Eigenlijk is het fantastisch dat je met alleen GPS navigatie, zonder internet, de hele wereld door kunt. Ik moet er alleen op letten dat ik genoeg stroom houd. Van deze paar dagen in Belgie ben ik lekker opgefrist. Ik voelde me na een dag alweer een echte pelgrim. Verlaten bossen, zompige modderpaden, ver van stad en auto’s met alleen de vogelgeluiden. Ik krijg er een heel prettig aards gevoel van. En dan lijkt wel alsof alles vanzelf gaat. Ik had het geluk (of de pech) van extreem weer: knetterend onweer, stortbuien, windkracht op stormnivo, en een heerlijk zonnetje. Ik vond het prachtig. Mijn grote poncho en gamaches hebben goede diensten bewezen. En overal leuke lieve behulpzame mensen ontmoet. Cafeetjes zijn er niet te vinden in de Belgische bossen, maar al gelijk de eerste middag zat ik bij een familie in het bos te schuilen met een grote kop dampende koffie. De tweede dag kwam ik flink vermoeid eind van de middag aan in
St. Severin. Onderweg niets te drinken, laat staan te eten. In St.Severin is een prachtig 12e eeuws Romaanse kerkje uit de Cluny periode. In de naastliggende pastorie mogen pelgrims op een matras op de grond slapen. De 75-jarige Marie Paule zwaait er de scepter en ontvangt je uiterst hartelijk. Snel een douche (supersimpel hok) en aanschuiven aan de keukentafel. Er waren
zowaar nog 2 franse pelgrims en route naar Santiago en een andere Nederlander, ook op weg naar Rome. Het is er eten wat de pot schaft, maar dat was prima wandelaarskost. En ’s ochtends ontbijt met vers zelfgebakken bruin brood. Allemaal voor een tientje. Sommige mensen zijn te goed voor deze wereld.
In Huy en Namen heb ik bij mensen thuis geslapen. Ook daar weer bijzondere contacten. Wie “vrienden op de fiets” kent in Nederland kan zich daar iets bij voorstellen, denk ik. In de aanloop naar Huy liep ik op de Chemin de Chapelles, een afdaling van 19% en begreep niet waarom er overal met grote koeienletters Wout Poels op de weg stond. Pas in het plaatsje snapte ik het. Op het stadhuis meldde het electronisch bord dat over 62 dagen de Tour de France langs komt. En zij moeten die col van 19% natuurlijk op en niet af!
