Na Besancon was het gedaan met de droge dorre gele landschappen. Je gaat er de hoogte in en het is gelijk groen. Met het hete weer is het ook gedaan. Vandaag de eerste regendag meegemaakt. Zo loop ik mijn grote regenponcho in ieder geval niet voor niks mee te sjouwen. Dat is een troost. De temperatuur is 20 graden gedaald; ik had het zelfs koud vanmiddag. Hier in Pontarlier heb ik me lekker laten verwarmen door de originele absinthe, die hier vandaan komt. Hij wordt geserveerd met een grote bolle karaf die je laat druppelen boven een gaatjeslepel met suiker. Je doet het kraantje dicht als je niet meer water erbij wenst.
Vanaf Besancon tot Lausanne loop ik, met Wim nog steeds, een geheel andere route dan mijn boekje. Soms zijn er gewoon veel mooiere stukken. En er zijn echt heel veel varianten op de Via Francigena. Zo hebben we 2 dagen het riviertje de Loue gevolgd. Vol stroomversnellingen, gekanaliseerde stukken. Er staan 5 hydroelectrische installaties in dat gebied. In de 19e eeuw werd de waterkracht vooral gebruikt voor de staalindustrie. Dat is nu historie.
Onderweg zowaar ook nog een stukje vaderlandse historie ontdekt. In het dorpje Vuillafans stond ik ineens voor het huis van Balthazar Gerard, de moordenaar van Willem van Oranje. Zou Willem Alexander op de hoogte zijn van zo’n detail?
De route liep tot aan de bron van de Loue. Wij dachten dat het een rustig riviertje zou worden met een gemakkelijke wandeling langs de oevers. Dat pakte verrassend anders uit. Het pad ging omhoog langs een gorge met onder ons een alsmaar woester wordende rivier met cascades. Heel mooi en ook heel fijn om er niet alleen te lopen, want toch een beetje gevaarlijk. De bron bleek uit een gat in een rots te komen. Heel merkwaardig waar al dat water zomaar vandaan komt!
Het bleek nog niet eenvoudig om vervolgens een slaapplaats te vinden. Het beoogde hotel bleek gesloten. Gelukkig had de eigenaar een klein appartementje in de aanbieding, waar van alles was, behalve electriciteit…..tja niet echt handig….maar wel knus







