Het was de eerste sneeuw op de Grand St. Bernard. Het was er ook ijzig koud ’s ochtends. Toen ik eindelijk nog in de mist vertrok bleek ik al na een half uurtje in een zonnetje te wandelen. De mist bleef op de top zolang ik die kon zien. Het was dus een kwestie van de top verlaten.
Het werd een mooie route naar beneden, die ik overigens in 2 dagen afgelegd heb. In Echevennoz vond ik een leuk onderkomen naast een beschilderde kapel en heb er de nacht doorgebracht naast de rinkelende bellen van een stel geiten.
De Via Francigena wordt ook in Italie omarmd, getuige de goede bewegwijzering (tot nu toe) en de bekendheid bij de mensen. Leuk om onderweg bij een woonhuis zo’n schattige kindertekening tegen te komen.
Aosta herinner ik mij heel vaag van bijna 40 jaar geleden. Gesticht in 25 v. Chr. Zijn er veel Romaanse resten te vinden. De arc van Augustus en het teatro Romano staan er nog hetzelfde bij.
Ik ben toen, denk ik, niet in het klooster geweest van Saint Orso. Daar zag ik heel fraai bewerkte zuiltjes met o.a. het hele kerstverhaal. Mijn aandacht werd getrokken door onmiskenaar dezelfde geiten die mijn nachtrust trachtten te verstoren.






