De grote regenval vorig weekend heeft een paar auto’s verzwolgen waardoor er meerdere mensen verdronken zijn. Er schijnt in jaren niet zoveel water gevallen te zijn. Dat gebeurde bij Piacenza, waar we deze week doorheen liepen en waar inderdaad de laagst gelegen landerijen helemaal onder water stonden. Ondertussen is het al lang weer zonnig en warm met temperaturen richting 30 graden.
Ik loop nog steeds samen met Lena uit Zweden. We zijn aanbeland in de Apenijnen in een schattig klein dorpje, Sivizzano,waar achter de kerk een zaaltje met 8 bedden is.
We verlangden al dagen naar zoiets rustigs. Steden zoals Pavia, Piacenza, Fidenza hebben mooie oude centra met prachtige gebouwen en kerken, maar ze zijn erg onrustig.
De aanloop en het verlaten van een stad gaat meestal over een drukke smalle autoweg, waar een voetganger niet echt veilig is. Eenmaal op het platteland is het lekker lopen. De slaapplaatsen in dorpjes zijn meestal ook t gezelligst. In Roppolo logeerden we in Vila Emilia, waar de temperamentvolle Loretta pelgrims ontvangt in haar B&B met veel lekkere hapjes en wijn. En wie noemt er nou toch zijn hond Farouk? Het verraadde haar jarenlang verblijf in Egypte.
In Santa Cristina e Bissone sliepen we in een soort buurthuis. We waren daar met een hoop mensen: 5 vrouwen uit Zuid Afrika (heel uitzonderlijk),2 Italiaanse stellen en een Pools/Frans koppel. Voorbij Orio Litto gingen we met zijn allen over de Po. Danielo deed zo goede zaken met zijn speedboot. Bisschop Sigeric heeft ongetwijfeld langer dan een kwartier over deze 4,5 km gedaan. Ter ere van hem is er aan de oever een zuil neergezet.
Tot een paar dagen erna kwamen we de medepelgrims overal nog tegen, maar nu lijkt het erop dat ze een dag voorlopen. Toch een beetje jammer, maar zo gaat dat nu eenmaal. Iedereen doet uiteindelijk zijn eigen tocht. En de leemte wordt snel gevuld door anderen die uit het niets lijken op te duiken. Het verbaast me dat er toch best veel lopers zijn op deze route, al is het weinig in vergelijking met Spanje.
Ik blijk ook nog steeds in het spoor van St. Bernardus uit Clairvaux te lopen getuige de Cistercienzer abdij, die ik in Chiaravalle tegen kwam.
Helaas was er geen plek meer vrij om er te slapen. Dat gaf een probleem, want 25 km was die dag echt genoeg. Na wat gebabbel in een barretje bracht een vrouw ons met haar auto naar een net geopende Agritourismo. Tja, dat was andere koek. Een prachtig modern verbouwde schuur. Het werd de meest luxe overnachting tot nu toe en we hebben er fantastisch geslapen.
Op dit moment zijn we niet ver verwijderd van de Cisa pas. Die is slechts 1041m hoog, maar het is toch een hele klim om de Apenijnen over te steken. Er zitten venijnig steile stukken tussen.
Een andere uitdaging is het dagelijkse eten. Waar is er iets onderweg of moeten we wat meenemen.het is fijn dat er in Italie zoveel meer barretjes, trattorias en restaurantjes zijn. De misverstanden over het menu zijn evenwel een terugkerend thema.Tagliata blijkt b.v. helemaal geen tagliatelle te zijn, maar een soort biefstuk. En de vino dalla casa blijkt altijd frizzante te zijn. Je moet fermo vragen als je dat niet wilt. Mijn Italiaans houdt niet over, doch elke dag wat beter. Wie ooit de film Big Night gezien heeft vergeet nooit meer met hoeveel zorg en amore Italianen het meest simpele gerecht tot een heerlijkheid omtoveren. Zo doet de risotto mij nu watertanden! Natuurlijk scheelt het wel dat je met al dat geloop elke dag weer honger als een paard hebt.







