Het seizoen van het kurksnijden is begonnen, heb ik vandaag geleerd. Mijn bestemming deze dag was Vale seco, alwaar ik eindigde in het enige barretje/kruidenierszaakje van het dorp. Daar raakte ik aan de praat met een vrouw die het me haarfijn uitlegde. Het moet goed droog zijn om kurk te kunnen snijden, anders laat de boom de bast niet los. De eerste keer is de boom 50 jaar oud en daarna kan hij om de 10 jaar gesneden worden. Aan de cijfers op de bomen kun je zien wanneer zijn volgende beurt zal zijn. Staat er een 2 op dan is die boom in 2022 weer aan de beurt! Kurksnijden is zwaar werk maar wordt goed betaald, begrijp ik. Sommigen verdienen er in 3 maanden hun jaarloon mee. Het prijspeil op het platteland is hier wel van een andere orde dan in NL. Dat scheelt. Dat ontdekte ik toen ik ging afrekenen: een biertje, een kop goede versgemaakte soep met brood en een koffie samen voor 3€. De waardin stond dat op een papiertje uit te rekenen en ze had geen fout gemaakt! Het is overigens niet overal zo goedkoop.


Ik heb een aangename wandeldag achter de rug tussen inderdaad veel kurkeiken. Mooi heuvelachtig en afwisselend landschap. Het is de goede tijd van het jaar. Je kunt fantastiese veldboeketten plukken. Geen mens tegengekomen. Wel een lastige loslopende hond die ik gelukkig met mijn stok behendig van mijn lijf wist te houden. Gister kostte het me wat moeite om me echt in Portugal te voelen, maar hier is het zo Portugees, dat ik er gewoon ingesleurd ben. Ik ben gaan lopen in Santiago do Cacem, een rustiek oud plaatsje, waar deze Rota Vincentina start.

