In Portugal kun je lekker eten en drinken. En het is er niet duur; als je buiten de toeristische gelegenheden blijft. Het is altijd het beste om daar te gaan eten waar ook de lokale mensen zelf ook komen. Voor wie nog naar Portugal gaat deze zomer kan ik een paar echte Portugese gerechten aanraden. De bacalhau en sardines zijn wereldberoemd, maar als je veel honger hebt is de cozida Portuguesa een goed idee. Stevige kost waar je een hele dag op kunt lopen!
Als toetje moet je natuurlijk een keertje een pastel de nata gegeten hebben. En wie van koffie met verse melk houdt, raad ik aan om een galao te bestellen ipv een cappucino. Lekkerder en goedkoper.
In Lissabon ben ik langs café Brasileira geweest, een aloud schrijverscafé. Op straat kun je aanschuiven bij de beroemdste 20e eeuwse Portugese schrijver/dichter Pessoa.
Ondanks dat ze in Lissabon flinke kuitenbijters hebben, is het de moeite waard om de stad te voet te doorkruisen. Het is altijd verrassend wat er boven aan de trap of om de hoek te zien is.
In Lissabon kwam ik er pas achter dat de Rota Vicentina ook een pelgrimstocht is. Eigenlijk had ik moeten starten op de Kaap Sao Vicente. Vincentius is in het jaar 304 in Valencia de marteldood gestorven. Zijn lichaam zou daarna met een boot, bewaakt door raven, zijn aangespoeld op het zuidwestelijkste puntje van Europa, op de kaap die daarna Cabo de Sao Vicente is genoemd. Zijn lichaam is later bijgezet in de kathedraal van Lissabon en Vincentius is de patroonheilige van Portugal geworden. De boot met de raven is nog steeds te zien in het wapen van de stad Lissabon. De igreja Sao Vicente de Fora (niet ver van het Castelo) gedenkt deze grote weldoener.






