Ik kon een weekje vrij organiseren in de agenda en ben een rondje Vlaanderen gaan fietsen. Tentje mee. Met de trein naar Vlissingen en vanaf Breskens het lange afstandsfietspad LF1 genomen (rechts midden bovenin het kaartje).

De Zeeuws Vlaamse kust is wondermooi; veel rustiger dan de noordelijker stranden. Bij Sluis was mijn grenspassage en langs het kanaal van Brugge naar Sluis ging ik verder richting Blankenberge, de havens van Zeebrugge omzeilend. De Belgische kust doet me altijd denken aan vakanties met het hele gezin in de jaren zestig. In den Haan ben ik op zoek gegaan naar het huis waar we toen zaten, maar kon dat helaas niet terugvinden, hoewel er zo te zien niet heel veel veranderd is daar. Tot aan Koksijde de boulevardroute gevolgd. Vergelijkenderwijs vond ik de boulevard van Oostende de lelijkste. Terwijl die stad toch eigenlijk een imago van grandeur heeft op te houden. Maar de kleine plaatsjes ogen veel aangenamer.
Nieuwpoort is interessant met zijn “Ganzepoot”: een groot sluizencomplex waar 6 wateren samenkomen. Het was hier dat koning Albert 1 tijdens WO1 het bevel gaf om de sluis van de IJzer open te zetten. Dat was een slimme zet, want de onder water gelopen polders konden zo uiteindelijk de opmars van het Duitse leger stuiten. Die strande letterlijk in de modder. Via het niet door oorlog geteisterde oude Veurne al slingerend door het Vlaamse polderland naar Diksmuide gefietst. WO1 laat me nu niet meer los. Ik zit aan het front. In Diksmuide kampeer ik vlakbij het museum aan de IJzer, een toren van 22 verdiepingen hoog waar de geschiedenis van WO1 goed uitgelegd wordt. Inmiddels is de wind tot stormkracht aangezweld en neem ik een dag om het museum van top tot teen te bekijken. De toren is gemaakt naar het model van het zgn heldenhuldekruisje en is daarmee niet alleen een oorlogsmonument maar staat ook symbool voor de afkeer van Vlaanderen tegen overheidsbemoeienis. Na de oorlog werd nl. beslist dat oorlogsgraven identitiek moesten zijn. Veel mensen waren het daar niet mee eens en wilden de zgn heldenhuldekruisjes behouden. Zo werd het een monument met vele verhalen. In WO2 verwoest en daarna heropgebouwd. Bijna gekaapt door nationalistisch rechts, maar nu dan toch een plek met aanzien. Een bezoek meer dan waard voor eenieder die meer wil weten over WO1.
Na een stormnacht in mijn tentje in Diksmuide heb ik mijn route vervolgd via Poperinge naar Ieper. Poperinge ligt net als Veurne achter de frontlinies en vervulde een belangrijke rol als ziekenboeg en opvang van soldaten. Het Talbothuis in Poperinge bood (verantwoord) vertier aan soldaten. Het wordt nog steeds door engelse vrijwilligers gerund. In Ieper zag ik zelfs meer Engelsen, Ieren en Schotten dan Vlamingen. Nog elke avond om 8 uur wordt er de Last Post gespeeld. Een herdenkingsplechtigheid die zeer indrukwekkend is. Heel bijzonder dat 100 jaar na de oorlog dit nog dagelijks gebeurt. Ik zag vele mannen met decoraties, er werden poppie-kransen gelegd, er waren doedelzakspelers, en bussen engelse schoolkinderen die de Groote Oorlog komen herdenken. Later sprak ik Vlamingen in een café die zich ervoor schamen dat hun kinderen tegenwoordig niet meer weten wat de Groote Oorlog was.
Door het Heuvelland langs de Franse grens ging ik verder heuvel op en af van de ene begraafplaats langs de andere. Elk graf overal een eigen bloemetje!! De Engelsen zijn echt zeer precies! Zo kwam ik in Kortrijk.
Na Kortrijk ging ik met een bocht weer naar het zuiden over de LF6 tot aan Bossuit. Vanaf daar heb ik de LF30 noordwaarts gevolgd via Gent en Wetteren, Sas van Gent naar Breskens. Grote verrassing voor mij was Gent. Een prachtige oude stad. Vooral ’s avonds laat spettert het van het licht en het leven op straat .Ik stond er versteld van dat ik hier allemaal nog nooit geweest was, terwijl het relatief zo dichtbij is.









