De Altai is zoiets als cowboyland in het verre Westen, van Mongolie. Dunbevolkt met Kazakken (Turks verwant) en de blondere Tuvans (Russisch verwant). Het leven is er hard en primitief. Geen electriciteit en water. Zelfs een simpel toilet als een gat in de grond achter een halfhoog stenen muurtje heeft niet iedereen. Je loopt maar een eind weg om uit het zicht te zitten. De gers of yurts (=russisch) kunnen comfortabel zijn met mooie kleden op de grond en langs de wanden, maar de vloer kan ook gewoon het gras zijn.
De mensen zien er gezond en gespierd uit. Wat wil je. Ze hebben grote kuddes yaks, geiten, kamelen en paarden. Die moeten dagelijks gemolken worden en gehoed op gronden waar wat gras te vinden is.
Ze eten enorme hoeveelheden vlees en talloze melkproducten, zoals gedroogde kaas, yoghurt, room, boter etc. Ik ben best een zuivel liefhebber, maar wat ze hier hebben vind ik toch niet te pruimen. Gelukkig lust Chantal meer dingen dan ik. Als je bij mensen in een ger aankomt staat de tafel altijd vol “lekkernijen” en krijg je thee met melk en boter. Je moet natuurlijk iets nemen. Alles heeft zo’n beetje een schapen of paardensmaak.
We zijn op pad met een Toyota landcruiser. Het landschap is enorm ruig. Hier zouden ze nog wel eens opnames kunnen maken voor het programma “de gevaarlijkste wegen”. We hebben een prima chauffeur die alle rotsblokken weet te ontwijken en altijd de juiste doorgangen weet te vinden door rivieren.
De kokkin zorgt altijd voor een goede lunch onderweg. Schaap is dagelijkse kost. Als je wilt afvallen moet je niet naar Mongolie gaan. En als vegetarier zul je het hier niet naar je zin hebben. Soms wordt er speciaal voor ons als gasten een schaap geslacht.
Voor ons hoeft het eigenlijk niet. Zeker niet die schapenkop die je op tafel aanstaart. Maar verser dan dit eet je nooit! Dit noemen ze een five finger maaltijd, oftewel je plukt met zijn allen met je vingers wat uit die schaal tot alles op is. 
De eerste keer was ik daarna de hele nacht ziek…. dus had ik vervolgens een acceptabel excuus om sommige dingen te laten staan.
De dag erop stond de zwaarste hike van deze reis op het programma: de Malchin Peak op 4082 meter. Die ligt op het drielandenpunt met China en Rusland. Kazachstan is er in de verte te zien.
In Tibet en Ladakh kon ik het aan om op 5600m hoogte te lopen. Hier moest ik echter al op 3500m afhaken met ademhalingsproblemen. Chantal heeft de laatste paar honderd meters omhoog over schuivend stenig terrein wel gedaan. Echt stoer hoor! Die steile helling leek me overigens sowieso té uitdagend voor mijn opspelende hoogtevrees.
Ik heb gewoon gewacht tot ze weer terug was met Aibo de gids. Dat duurde maar liefst 5 uur….Aibo had zich vergist; hij dacht dat ze met 2 uur terug zouden zijn. Tja, aan deze gids hebben we helaas niet zoveel. Ik liep dan weliswaar geen 10 uur op deze dag, zoals Chantal, maar vond het toch een pittige hike.
Bij deze peak ligt de immense gletsjer Potanin(vernoemd naar Russische ontdekkingsreiziger), waar wij de prachtigste kampeerplek hadden van deze reis.
Ik was al een liefhebber van wild kamperen. Chantal nu ook! Niets is heerlijker dan ’s ochtends de tent open te ritsen en je een koningin in het verstilde landschap te voelen. We hebben ook een keer gekampeerd op een groot rotsveld vol met petroglyfen van 3000 jaar oud. Niemand komt op zulke afgelegen plekken.
Tot slot moet ik melden dat we ook bij een eaglehunter langs gegaan zijn. Nee, niet het meisje Aisholpan uit de film “the Eagle Huntress”. Zij moet met rust gelaten worden.
Deze kleine meid gaat het ook leren, let maar op!
We hebben zoveel meegemaakt; teveel om allemaal de revue te laten passeren. We zijn vanavond in Olgii, alwaar deze fantastische internetverbinding. Morgenochtend trekken we verder naar Khovd.