Ik ben al even thuis en geniet nog na van een prachtige reis. Na 2 weken in de Altai rondgetrokken te zijn met gids Aibo, kokkin Zoya en de chauffeur zijn we vanaf Khovd teruggevlogen naar Ulaanbaatar, de hoofdstad. Vanaf daar hebben we nog een lange uitstap gemaakt naar het noordelijk gelegen boedistische klooster Amarbayasgalant.De laatste 2 dagen voor vertrek bleven we in de hoofdstad om daar alles te bekijken.
Met een binnenlandse vlucht denk je even snel honderden kilometers slecht toegankelijk gebied te overbruggen. Door urenlang vertraging verspeelden we echter zowat een hele dag met wachten op het verlaten vliegveldje van Khovd. Daar kijkt hier niemand van op. Tot onze verbazing verliep de rest van de reis gesmeerd. Tenslot wisten we van tevoren niet zo goed wat we konden verwachten, want we hadden alles via een lokale persoon in Olgii per email geregeld. Het Altai gebergte in het uiterste westen van Mongolie is geen reguliere toeristische bestemming. Er zijn geen wegen en faciliteiten zoals hotels. Je kunt er alleen doorheen trekken met een 4-wheel drive, een voorraad eten en het nodige improvisatietalent om zich voordoende problemen zelf op te lossen. We hebben overigens maar één keer een lekke band gehad. Dat valt dus mee. Zonder ons fantastische team was deze tocht niet mogelijk geweest. De chauffeur kent het gebied goed; rijdt er al 20 jaar rond. De kokkin zorgde voor 3 maaltijden per dag; waar nooit vlees aan ontbrak. En gids Aibo was er voor de communicatie in het Engels. Jammergenoeg was zijn engels heel beperkt alsook zijn ervaring in dit gebied. We waren behoorlijk afhankelijk van zijn vertaalkwaliteit, want niemand spreekt Engels, en wij geen woord Kazaks of Mongools. En dan mis je heel veel interessante inkijkjes in het bijzondere leven van de Kazakken. Toch hebben we ontzettend veel gezien, en deed ons 3manschap er alles aan om het ons naar de zin te maken. Door hun contact met de Kazakken waren wij er welkom, en konden wij er eten en slapen. We hebben afwisselend overnacht in gers én in de tentjes die we bij ons hadden. Het is boeiend om bij mensen in hun ger te slapen , maar na een paar keer verlangden wij naar de comfortabelere tentjes. In een ger kan het ´s nachts steenkoud en tochtig zijn én aardedonker. Een ochtendzonnetje op je tent is eigenlijk wel zo lekker. Bovendien hechten wij ook aan een beetje privacy, temeer daar er van enig sanitair geen sprake is. 
Het leven in een ger is onderhevig aan meer regels dan je op het oog zou denken. Zo mag je b.v. bij binnenkomst niet op de drempel stappen en loop je altijd linksom met de klok mee. Plaats voor de mannen en gasten is op het noorden. De keuken is altijd rechts van de deur. Daar hangt ook het vlees te drogen. Aan de linkerkant staan de zakken merriemelk uit te druppen. Iets aannemen doe je altijd met de rechterhand en het is onbeleefd om iets te weigeren. Dus altijd proeven of net doen alsof.
Voor wie van avontuur houdt is de Altai geweldig. De landschappen zijn fenomenaal. Je kunt er mooie trekkings maken. Het is een belevenis op zich om er doorheen te rijden, al hobbelend over stenen, kuilen en riviertjes.
In Mongolie heeft men amper of nooit gehoord van Holland. Laat staan dat men enig idee heeft van waar dat ligt. Maar omgekeerd is het niet veel beter. Daarom nog wat weetjes.
Mongolie is bijna 38x groter van Nederland. Het is aan alle kanten ingesloten door land en ligt ingeklemd tussen Rusland in het Noorden en China in het zuiden. De winters duren wel 8 maanden en de temperatuur kan dalen tot minus 40 graden. In de (korte) zomers is het overdag aangenaam tot een graad of 25 maar het kan ´s nachts nog steeds koud zijn. Zeker in de bergen. Helaas regent het in juli en augustus veel. Mongolie is overwegend boedhistisch. In de Russische tijd van 1920 tot aan de val van de muur zijn veel kloosters vernield en verwoest en de monniken vervolgd. Er zijn nu nog maar een paar oude kloosters over, hoewel het boedhisme bezig is met een revival.
De Mongolen zijn van oudsher heel tolerant tav godsdienst. Onder Dzjengis Khan in de 13e eeuw mocht iedereen geloven wat hij wilde, hoewel het kleinzoon Kublai Khan was die het boedisme uit Tibet haalde. Onze eerste gids ging er prat op dat zijn land een veel langere bestuurlijke ervaring heeft dan Europa nl. al 8 eeuwen lang, sinds Dzjenghis Khan de Mongoolse staat stichtte. In Mongolie wonen niet alleen Mongolen maar ook enkele minderheden zoals de Kazakken. Die spreken een andere taal, aan het Turks verwant, en zijn moslim. Zij hebben roots in Kazachstan. Mongolie heeft een indrukwekkend grootse geschiedenis, maar momenteel telt het land niet mee. In dit immense land wonen slechts 3 miljoen mensen, waarvan ongeveer 40% in de hoofdstad. Het is er dus heel erg leeg en dunbevolkt. Op de bruinkool en de cashmirwol na hebben ze weinig inkomstenbronnen. Een aanzienlijk deel van de bevolking is nog steeds nomadisch of semi nomadisch. Zij leven van hun kuddes en zijn nagenoeg zelfvoorzienend.
Hoewel de meesten tegenwoordig een vrachtauto gebruiken voor hun verhuizing hoorden wij ook dat vervoer met paard en kameel weer populair zijn om brandstofkosten te besparen. Al die leuke witte tentbolletjes in het landschap staan niet het gehele jaar op dezelfde plek.
Tegen de winter verkassen de meesten naar kleine plaatsjes, gehuchtjes in beschuttere gebieden waar ze een zgn. winterhuis hebben. Dat zijn over het algemeen kleine houten of stenen huisjes met bergen brandstofvoorraad in de vorm van gedroogde plakken yakpoep en voer voor de beesten. Ze zetten er hun ger gewoon naast.









