Het is er dit jaar niet van gekomen om een lange route te lopen in Italie. Op de valreep van het wandelseizoen is een weekje vanuit een vaste standplaats ook leuk. Met de huidige goedkope vluchten is het bovendien gemakkelijk besluiten. Genua is het geworden. Een verrassend leuke stad, waar veel te ontdekken valt. Geboortestad van Columbus en stad van Garibaldi en Mazzini, strijders voor de eenwording van Italie in de 19e eeuw. Van oudsher een belangrijke havenstad. Het wemelt er van de rijk gedecoreerde fraaie palazzi en het oude centrum is een labyrint van smalle duistere straatjes. Arm en rijk naast elkaar.
Ik ben niet alleen voor de stad gegaan, maar ook voor een verkenning van Ligurie. Zo heet de smalle kuststrook waar Genua middenin ligt. Een eerste wandeldag zit erop: van Camogli naar Portofino. Prachtig natuurgebied met mooi zeezicht. Wel gelijk een pittige route uitgekozen. Flink klimmen en dalen over rotsen en langs ravijnen, waarbij de kettingen er niet voor niks lagen. Kortom: veel zweten…..
In San Fruttuoso met zijn abdij en azuurblauwe baai kon ik op adem komen. Het is het ultieme pauze plaatsje voor vermoeide benen. Daar werd zelfs gezwommen. Dat had ik toch niet meer voor mogelijk gehouden. Wat een prachtige plek! alleen bereikbaar te voet of met de boot.
Uiteindelijk kwam ik net op tijd in het door vele beroemdheden bewoonde Portofino aan dwz. voor donker. Dat is nu al om kwart over 5. Erg vroeg dus; zeker voor een wandelaar; lopen kun je nu eenmaal niet in het donker.
Allerheiligen, 1 november, blijkt in Italie een feestdag te zijn. Alles is dicht. Goede reden om de fameuze begraafplaats Staglieno te bezoeken. Ik ben niet de enige. De bloemenverkopers doen goede zaken deze dag. Het heeft wat weg van het Parijse Pere Lachaise, maar het is groter en heeft minder bekende namen. Hier liggen ontelbare graven; als terrassen tegen de steile hellingen op. Sereen in het groen, hoog boven de stad.
En in lange galerijen als monumenten; tegen elkaar opbiedend met de fraaiste beeldhouwerken; boven, onder en naast elkaar. Ik ga op zoek naar de tombe van Mazzini en kom er na een uur achter dat ik helemaal in de verkeerde hoek bezig ben. Uiteindelijk blijkt die helemaal niet zo mooi…. Op mij maakt meer indruk het verhaal van de straatverkoopster, die haar opbrengst van pretzels en noten spaart voor een graf. Ze is mooi vereeuwigd, maar of dat het leven waard is?

