In de hak van Italie

Vanaf Bari hebben we wat gehopt langs de Via Francigena del Sud. Dagje lopen, dagje treinen en nu treinen we alleen nog maar. Met 35 a 40 graden is dat veruit het verstandigst. Eigenlijk het enige wat te doen is. In kleinere plaatsjes is het niet altijd helder wanneer de treinen precies gaan. Bijgevolg hebben we uren op perrons doorgebracht. Soms een beetje zonde van de tijd maar anderzijds levert het ook een andere kijk op Italie op. Italianen zijn heel erg behulpzaam; een meisje gaf ons een lift van station naar centrum Ostuni; ze hebben alle tijd voor je. Maar als je echt iets wilt wéten is hun informatie niet zo betrouwbaar. En staan we dus weer eindoos op een trein te wachten terwijl we de tijden extra gecheckt hadden. Meestal zonder gezelschap of een enkele migrant, die zijn best doet om je een paar eurootjes te ontfutselen voor een reisje Bari.

Hier en daar zagen we migranten werken op het land, maar eigenlijk was dat op één hand te tellen. Het lijkt erop dat migranten voornamelijk in de middelgrote provinciesteden verblijven. Hoe het ze daar vergaat..?…wij weten het niet.

Wat betreft de landbouw is het beeld: hoe zuidelijker hoe meer monocultuur. Uiteindelijk groeien er alleen nog maar olijven. We kunnen overigens erg genieten van oeroude bomen!

oude olijfbomen

De Via Appia c.q. ViaTraiana eindigt in de havenstad Bari. Het is een plaats met een lange historie. Vanaf hier gingen de Romeinen per schip verder met de uitbreiding van hun rijk. Er staat een immense zuil die getuigt van het einde van deze Romeinse route. Ook Vergilius heeft hier gewoond en is er aan zijn epos Aeneas begonnen.

Tussen Bari en Brindisi liggen enkele pareltjes die zeer de moeite waard zijn om te bezoeken als je deze kant van Italie verkent. Zoals Monopoli met zijn Venetiaans aandoende vissershaven.

En Ostuni, de cittá bianca…. Het zijn echte vakantieplaatsjes en dan zijn ook wij ineens echte vakantiegangers geworden. Altijd in voor een lekkere negroni of zoiets.

Ostuni, cittá bianca

Ostuni, cittá bianca

Van zwemmen is nog niets gekomen. Als je met een rugzak langs de stranden loopt ben je met iets anders bezig dan een toerist die vanuit de auto in zijn zwembroek in het water gaat liggen.

We zijn nu in het barokke Lecce en hebben besloten dat dit onze zuidelijkste plaats zal blijven. Vanaf hier gaan er geen treinen verder en het busverkeer zuidwaarts is heel ongewis.

We zijn moe en laten Santa Maria di Leuca als beoogd eindpunt van de Via Francigena del Sud voor wat het is. We hebben veel bijzondere ervaringen opgedaan en het is mooi geweest. Als wandelroute is deze route niet de gemakkelijkste en ook niet altijd even interessant, doordat er veel lange stukken zijn in alsmaar hetzelfde landschap. Misschien is eind oktober het beste seizoen om hier doorheen te trekken. We hebben er vanavond lang over zitten delibereren met een fles Primitivo. Wie weet maken we dat slotstuk nog eens af. We laten ons nu uitwuiven door San Oronzo, die op de top van de Duomo staat.

Dit bericht werd geplaatst in Via Francigena del sud. Bookmark de permalink .