Reizen in de Baltische Staten is reizen door de geschiedenis. Daar kun je gewoon niet omheen. Dit stuk van Europa is in het verleden onophoudelijk strijdtoneel geweest tussen de Scandinavische landen en vooral het Oosten en het Westen waarbij vele malen grote bevolkingsgroepen verdreven zijn en uitgemoord.
In de 11e eeuw ontstonden langs de kust Hanzesteden waarna Teutoonse ridders ten strijde trokken en zich vestigden in burchten en kastelen zoals b.v. het Trakai Kasteel, fraai gelegen op een eilandje. Daarna hebben hier wisselend Polen, Denen, Zweden en lange tijd Russen de dienst uit gemaakt. De Teutonen lieten een addellijke stand na van baronnen en baronessen, die tot in de 20e eeuw de verhoudingen in
deze landen bepaalden met hun grote feodale landgoederen. De naam Lijfland (land van lijfeigenen) is hier direct op terug te voeren. Veel landhuizen en paleizen zijn nu in verwaarloosde staat, of sinds de communistische tijd in gebruik als school dan wel herstellingsoord. Gelukkig heeft men op tijd ingezien dat behoud van deze gebouwen waardevol is. Een paar gerestaureerde landhuizen hebben we bezocht
zoals het fraaie landgoed Palmse in Estland en kasteel Rundale in Letland. Het zijn dé attracties, die je moet bezoeken. De rol van de adel was pas uitgespeeld na WO l toen de Baltische staten onafhankelijke republieken werden. In 1940 kwamen de Baltische Staten echter opnieuw onder Rusland met een onderbreking van 4 jaar Duitse bezetting (1941-1944). Pas met de perestroika van Gorbatsjov herkregen ze hun onafhankelijkheid in 1991.
Op de kaart denk je dat het superkleine landjes zijn, maar zelfs het kleinste (Estland) is nog groter dan Nederland. Het wegennet is prima en het is er aangenaam rijden. Dagelijks legden we zo’n 300 a 400 km af. Buiten de steden is het heel rustig, op het verlatene af. Met een graad of 20 en een zonnetje was het perfect reisweer. Urenlang zie je niet veel meer dan dichte donkere pijnboom bossen. Het landschap zal in de winter 
ongetwijfeld mistroostig aandoen; nu was het rustgevend en relaxed. We reisden met een internationaal gezelschap (Amerikanen, Japanners, Engelsen, Duitsers etc.). Alle steden zijn stuk voor stuk de moeite waard. Tallinn, Tartu en Vilnius zijn vooral mooi vanwege de vele Middeleeuwse gebouwen en kerken, oude universiteiten en de gezellige toeristische sfeer.
Riga is de
grootste stad en bezienswaardig vanwege de Jugendstil invloeden (Eisenstein). Cesis en Klaipeda zijn oude Hanzestadjes. Verder hebben Litouwen en
Letland prachtige zandstranden. Voor de kust van Klaipeda ligt een lange smalle
landstrook Corounian Spit, waar Thomas Mann een huis had waar hij zijn boeken schreef. Leuk om even vanuit zijn raam naar de zee te kunnen kijken.
Bij Riga zijn we langs Jurmala gegaan: dé badplaats met prachtige oude houten vakantiehuizen. We hebben het voormalige vakantiehuis van Gorbatsjov gezien; alsook het pand waar Jeltsin de onafhankelijkheid van de Baltische staten overeen kwam. Na de communistische tijd werden de huizen weer teruggegeven aan de
oorspronkelijke eigenaren. Edoch, veel eigenaren hadden geen interesse of geld voor de panden, waarna deze werden opgekocht door voornamelijk Russen, die de oude huizen sloopten en er gelikte appartementencomplexen voor in de plaats zetten. Aan deze ontwikkeling probeert men nu paal en perk te stellen door veel oude huizen de status van monument te geven.
In Litauwen bezochten we ook de heuvel van de Kruizen. Dat is iets heel bijzonders. Dat is een heuvel waarop duizenden kruizen staan: groot, klein,
door en op elkaar. Het verhaal is dat tijdens de communistische tijd mensen in de nacht een kruis neerzetten om hun slachtoffers te herdenken van het communistisch regime; vrienden en familie die verdwenen in de cellen van de KGB. Gaandeweg kwamen er steeds meer kruizen. Het communistisch regime zag dat met lede ogen aan en greep in met bullozers om er een eind aan te maken. De mensen kwamen echter terug en plantten opnieuw kruis na kruis. Vervolgens werd er als tegenactie een sloot omheen gegraven, maar ook dat weerhield mensen er niet van. Feitelijk waren het heel effectieve verzetsdaden van veel individuele burgers. Een indrukwekkende plek.
De reis duurde slechts 8 dagen, maar was zo compact dat het lijkt alsof we weken op pad zijn geweest. Te kort om deze landen echt goed te leren kennen; daarvoor zijn geschiedenissen veel te complex. Los daarvan kan ik iedereen aanraden om dit gebied een keer als vakantiebestemming aan te doen.








werd vroeger beschouwd als het verste puntje oftewel het eind van de wereld. Muxia ligt een kleine 30 km noordelijker, ook aan de kust. Op een rotspunt in zee staat het heiligdom van Nosa Señora de Barca, de maagd Maria die met haar stenen boot Jacobus te hulp schoot toen deze wat vermoeid raakte van al zijn preken. De resten van haar boot liggen nog op de rotsen; het zijn allemaal fantasierijke legendes, die eeuwenlang pelgrims motiveerden. Het dak van deze kerk ging afgelopen jaar in vlammen op. De restauratie heeft kennelijk hoge prioriteit; dat dak ligt er volgend jaar heus weer op! Muxia is een rustig vissersdorpje, waar je ’s ochtends de zon uit de zee ziet oprijzen in het oosten en ’s avonds ziet wegzinken in het westen. Het is (nog) niet platgetreden door vreemdelingen, wat jammer genoeg met Fisterre wel al aan het gebeuren is. Vijf jaar geleden was ik al eens met de bus naar Fisterre gegaan, maar trof nu een beduidend commerciëler en moderner dorpje aan. De stroom van wandelaars en fietsers is ook hier toegenomen, wat de welvaart van deze plaatsjes beslist ten goede is gekomen maar ook wat afbreuk heeft gedaan aan de sfeer van authenticiteit.
droog en warm. Gelukkig heb ik nog een weekje over en heb besloten om door te lopen naar Fisterre en Muxia (aan de kust). De laatste weken is het geregeld echt koud geweest, dus ik zie uit naar nog een paar laatste daagjes met zon. Galicie is prachtig weelderig groen maar dat is inderdaad wel dankzij de vele regen die hier rijkelijk vloeit. Deze zuidelijke 

e vanuit Zamora over Ourense vond ik echt de moeite waard. Wel pittig af en toe met flink wat dalen en stijgen. Meer en minder gemakkelijke rotspaadjes, alsook de nodige schuiverijen op modderpaadjes. Een paar keer aangenaam verrast door een Santiago fanaat, zoals in Albergueria
, waar we ineens een cafeetje aantreffen, volgehangen met schelpen. De herbergier laat pelgrims op een schelp hun naam met datum zetten. Hij is daar 10 jaar leden mee begonnen en inmiddels weet hij niet meer waar nog wat gehangen kan worden. Of Cesar in Roquenjo, die ons 
ier lonkte. Heel verkwikkend voor het lijf. Bezoeken aan de andere grote steden heb ik beperkt gehouden tot een nacht door de ene dag vroeg aan te komen zodat ik een hele dag had voor stadsbezoek en dan de andere dag in de ochtend wat later de stad weer verlaten. het verbaast me iedere keer weer hoeveel je kunt zien in zo´n beperkte tijd.
ar behoorlijk koud. Ik zit nu in de herberg Casa Anita aan de rivier de Tera. Comfortabel ( met pc) maar zo koud dat er een haardvuur gemaakt is om ons op te warmen. In Santa Marta de Tera is het oudste stenen beeld te vinden van Jacobus. Het beeld stamt uit de 11e eeuw en zit aan de buitenkant van een fraaie romaanse kerk. Een aardige dame maakte speciaal voor ons de kerk open, hetgeen beslist de moeite waard was.





die in het stadhuis(je) bier of wijn verkocht. Tja, ook dat is hier mogelijk! Zo hier en daar komen we in ec
ht ouderwetse authentieke Spaanse dorpjes. Het eten is daar altijd het allerlekkerst. Ik ben wel duizenden koeien gepasseerd onderweg en zie ze allemaal lekker vrij in hoog gras met verse bloemetjes lopen met hun kalfjes. En dat proef je aan het vlees. Dat geldt ook voor de varkens. Het is dat er nog geen ooievaar op het menu staat; daar zou dat zeker ook voor gelden. Je kunt geen toren of paal voorbijlopen of er zit een ooievaar op met haar kleintjes. Ik blijf ze fotograferen. Vooral ´s ochtends vroeg met opkomende zon kun je de mooiste plaatjes schieten.
Calzadas Romanos zijn geplaveide romeinse landwegen, waar grote hordes legionairs op gelopen moeten hebben. Ik heb er al heel wat kilometers op afgelegd. Dat oorspronkelijke plaveisel heeft over het algemeen wat nieuwere deklagen gekregen, maar het zijn nog steeds kleinere landweggetjes. Vaak vele kilometers kaarsrecht door het kale landschap heen. Linea recta naar het noorden, uitmondend in Gijon aan de Noordzee. Her en der loop je langs een miliario: een Romeinse mijlpaal, 1000 voetstappen markerend (ongeveer 1,5 kilometer). Ik heb het eens gecontroleerd op mijn stappenteller. Die telt iets anders dan de Romeinen deden, want ik telde ong
eveer 2000 stappen.




