
Met schoonzus Ans ben ik op een trip in Kroatie. De uitvalsbasis is Crikvenica wat in het noordelijk deel ligt van de lange kustlijn. We wisten niet goed wat we van dit land konden verwachten. Het hoort sinds 2013 bij de EU en hanteert inmiddels ook de Euro als enig betaalmiddel. Sinds 1991 is Kroatie onafhankelijk. Het is duidelijk dat er veel opgeknapt en aan infrastructuur ontwikkeld is. In het binnenland zie je her en der nog wel gevolgen van de Balkanoorlog.

De levensstandaard is hoger dan wij vermoedden, het prijspeil vaak verrassend laag en soms verbazingwekkend hoog. Er wonen slechts 4 miljoen mensen op een oppervlakte van 1,5 maal Nederland. Bewoning concentreert zich voornamelijk langs de kust, waar velen in de oorlog een veilig onderdak zochten in aloude hotels van vroegere rijken en machtshebbers, zoals in Rijeka en Opatija.

Als vakantiegangers genieten wij van de zeer fraaie kustroute met zicht op veel kale, stenige eilandjes; ze hebben er maar liefst 1200!


Het water is hier onwaarschijnlijk helder. En als de sterke valwind Bora niet opsteekt is het lekker toeven. De watercultuur in het nationaal park Plitvice vond ik ook heel speciaals: in een oase van groen zie je overal watervallen en riviertjes uit het karstgebergte/kalksteen stromen; talrijke meertjes ontstaan hier uit overlopend water en verplaatsen zich.


Op het eerste oog lijkt het alsof Kroatie slechts een korte geschiedenis heeft. Niets is minder waard, waar Ottomanen, Habsburgers, Duitsers, Serviers e.v.a. elkaar op leven en dood betwistten. Wij hebben er niet zo veel van meegekregen. Wel van de katholieke aard in dit land. Kerken zijn er overal en, als we de mensen mogen geloven, ook nog goed bezocht.

Deze foto is genomen op het eiland Rab waar wij ook de meer authentieke mediterrane sfeer aantroffen, die we zo goed kennen van Italie: Middeleeuwse nauwe steegjes met gezellige terrasjes en winkels.





































































