4 jaar geleden liep ik met Lena uit Zweden de Via Francigena del Sud. Die begint in Rome en eindigt in Santa Maria di Leuca en is ongeveer 930km lang. We hebben toen in de eerste weken heel veel regen gehad en daarna werd het juist erg warm. Te warm zelfs om het laatste stuk door Puglia te voltooien.
Toen ik in mei dit jaar met Lena de archipel voor de kust van Gotheburg rondliep maakte zij mij warm om dit laatste stuk alsnog af te maken. Dat gaat nu gebeuren. We starten in Brindisi en dan is het nog zo’n 165 km lopen. Als we dat af hebben dan hebben we samen héél Italie doorgelopen, want ik ontmoette haar in 2015 in Aosta, na de grote oversteek van de Alpen over de Col Grand St. Bernard. We liepen allebei alleen op de Via Francigena naar Rome en zijn vanaf Aosta, min of meer vanzelfsprekend, samen opgetrokken. Door heel Italie dus. Mooi hoe een toevallige ontmoeting tot fijne vriendschap kan leiden!
Vandaag zijn we hier aangekomen. Het eindpunt van een pelgrimsroute die vanaf Rome door heel Zuid Italie loopt. We staan hier weer eens bij Finis Terrae aan de zee. Het is altijd een beetje jammer om een eindpunt te bereiken omdat het project dan afgelopen is. De kerk hier is niet zo imposant als in Santiago of Rome. Het plein voor het bouwwerk lijkt dit te moeten uitstralen. Vanmiddag was het hier nogal toeristisch, maar met de stilte in de avond en volle maan is de sfeer ineens heel rustgevend ingetogen.
We liepen eindeloos tussen de olijfbomen, die kennelijk onderhand geoogst worden. We zagen netten in allerlei kleuren verschijnen om de gevallen olijven te verzamelen.
Iets aanplanten of verbouwen lijkt een hels karwei, want het landschap ligt vol stenen. Zo te zien zijn er velen verwerkt in omheiningen.
Op onze tocht hebben we op heel wat muurtjes en bomen gezeten voor een pauze. Vooral schaduw was belangrijk! We passeerden natuurlijk ook veel plaatsjes met fraaie kerken en historische gebouwen uit Romaanse of Middeleeuwse tijd. De Turkse invasie in de15e eeuw blijkt vaker een periode geweest te zijn van vernieling cq verandering.
Heel bijzonder vond ik de mozaiek vloer in de katedraal in Otranto waar met een levensboom over de gehele oppervlakte van de kerk Oud Testamentische verhalen te zien zijn. Met vreemdsoortige wezens. Van Adam en Eva tot Alexander de Grote…
We hebben nog een paar dagen om naar Brindisi terug te gaan voor een terugvlucht. Op Zondag rijden er geen bussen. Dus gaan we gewoon nog een stuk teruglopen! Deze week gaat het hier regenen. Met een beetje mazzel houden we het droog tot er ergens een bus gaat…..
Wie van olijfgaarden houdt is aan te raden deze route in het diepe zuiden eens te lopen. De eerste dag na Brindisi waren het vooral akkerlanden vol meloenen en wijngaarden maar nu zien we niks anders dan olijfbomen. Oude bomen, jonge aanplant maar ook behoorlijk wat verwaarloosde plantages die te koop staan. Hoewel het oktober is is het nog erg warm. Gister waren er voor het eerst onweersbuien. Iedereen blij hier. Fijn voor ons dat het in de nacht was en overdag lekker droog.
Typische bouwsels voor deze streek. Ze staan overal in het landschap
We genieten van de Italiaanse keuken en cappucino. In de kleinere dorpjes ongekend goedkoop bovendien!
In juli gaan Chantal en ik mee met een zeezeilexpeditie rond Spitsbergen. Dat wordt eens een heel ander avontuur dan lopen met een rugzak. Zeilen hijsen en wachtlopen. Het wordt walvissen, dolfijnen en ijsberen spotten. Wie weet wat we allemaal nog meer gaan zien. En dat tegen de achtergrond van besneeuwde bergen, gletsjers en ijsschotsen. Dichter bij de Noordpool kun je bijna niet komen. Het idee alleen al is spannend. Per slot is het nog niet eens zo heel lang geleden dat ontdekkingsreizigers ons voorgingen. In juli is het daar ook zomer, dag en nacht licht. Wellicht is er veel dooi ingetreden en lopen we op onze laarzen weg te zakken in de toendra. Klimaatveranderingen zullen ons zeker niet ontgaan. Voor ons wordt het hoe dan ook een heel bijzondere ervaring.
We gaan met de Anne Margaretha mee, die in 4 maanden tijd op en neer naar Spitsbergen zeilt met plaats voor maximaal 10 gasten. Elke 2 weken stapt er een nieuw ploegje af en op. Wij stappen het schip op in Longyearbyen, de “hoofdplaats” van Spitsbergen. Van daaruit maken we een tocht naar de noordkant en terug. Tijdens deze trip is er geen internet- of telefoonverbinding. Een indruk van onze belevenissen kan ik dan ook pas na deze reis op de blog zetten. Even geduld dus!
Afgelopen weken zijn er meerdere artikelen verschenen in diverse kranten over expedities naar Spitsbergen. Voor alle duidelijkheid vertel ik dat wij geen onderdeel waren van zo’n door de wetenschap georganiseerde expeditie. Ik wist er ook helemaal niets van en ervaar het als toeval dat zij in dezelfde periode op Spitsbergen waren. Zij zijn overigens in een totaal ander gebied geweest dan wij. Zij zijn op de eilanden in het ZuidOosten geweest en wij zijn juist helemaal via de Westkant naar het hoge Noorden gegaan. Hun verhalen over de vele ijsberen deden bij mij de wenkbrauwen fronsen. Wij hebben er met veel speurwerk in 12 dagen slechts 5 ontwaard vanaf de boot. Het ontroerde ons dat we er echt een paar zagen. Nu lijkt het zo te zijn dat er op andere eilanden veel meer ijsberen zitten dan waar wij waren. Ik heb geen idee of dat klopt. Ook melden zij dat er veel rendieren zijn op de mossig begroeide delen . Dat geldt wellicht ook voor het zuidoostleijk gebied waar zij verslag van doen. Wij hebben echt niet meer dan een paar rendieren gezien.
De verhalen over de aanwezige plastic troep zijn wel herkenbaar. Wij hadden dezelfde ervaring. Het niet afbreekbare plastic komt met de golfstroom mee en vindt je op allerlei oevers.
pas op voor de ijsbeer
De geschiedenis van Spitsbergen behoeft een kleine uitleg, merkte ik uit vragen. Ik ga hier geen college houden, maar een paar feiten zijn wellicht verhelderend.
Spitsbergen is van oudsher een onbewoond gebied. Er hebben daar geen eskimo’s of zo gewoond. De eerste mensen die het eiland zagen zouden de Pomoren zijn, jagers van de noordelijke kusten van Rusland. Er is over hen echter weinig bekend. Wat wel goed beschreven is, is de ontdekking in 1596 door Willem Barentsz. Daarna kwamen de walvisvaarders uit diverse europese landen voor de walvisjacht en verwerking van de walvistraan. In de 19e eeuw kwamen de pelsjagers (trappers), die het gemunt hadden op de mooie huiden. In dezelfde periode kwamen bedrijven op zoek naar kolen en mineralen, Niet te vergeten de recordjagers die als eerste op de Noordpool wilden staan. Denk daarbij aan legendarische poolexpedities van bv Roald Amundsen (ontdekker van de Zuidpool) en Umberto Nobile (met luchtschip). Bij de reddingsacties naar het neergestortte luchtschip Italia vond Amundsen tragischerwijze de dood. Bij die acties was ook Sjef van Dongen, een Rotterdammer, betrokken. Dat verhaal is jammergenoeg minder bekend. Al deze activiteiten maakte het noodzakelijk om een administratie voor het gebied op te zetten. In 1920 werd het Spitsbergenverdrag ondertekend waardoor de hele archipel (Svalbard) onder Noors bestuur werd geplaatst. Tijdens WOll verjoeg Duitsland iedereen op Spitsbergen, wat dramatische vernielingen met zich meebracht. Sinds 1990 zijn de Russen gestopt met hun mijnactiviteiten in Pyramiden. Er was geen geld meer voor continuering van de mijnactiviteiten. Inmiddels zijn bijna alle mijnen gesloten op de russische in Barentsburg na. Momenteel heb je op Spitsbergen vooral Noorse en Russische nederzettingen. Er zijn wetenschappers uit de hele wereld en er is in toenemende mate toerisme. Wie geinteresseerd is in gedetailleerdere verhalen kan gemakkelijk wat vinden door te googelen. In het noordelijke Ny Alesund, alwaar het noordelijkste postkantoortje van de wereld te vinden is, ontwaarde ik ook een paar huizen waar wetenschappers van de Universiteit Groningen gestationeerd zijn.
Luchtschip van de Italiaan Nobile (museum in Ny Alesund)Noordelijkste postkantoortje ter wereld
Van de boven aangeduide periodes zijn op diverse plekken restanten te vinden, hoewel al veel verdwenen is, afgebroken of meegenomen. Natuurlijk is het leuk om een overwinteringsplek van vroegere avonturiers tegen te komen!
Texas bar in de Liefdefjordenin de Texasbar
In mijn vorige stukje werd niet duidelijk dat ons gezelschap op de Anne Margaretha internationaal was. Het was een heterogeen gezelschap qua leeftijd, ervaring en nationaliteit; ook de crew was niet helemaal Nederlands. Alle lof voor de schipper is op zijn plaats. Hij heeft ons een onvergetelijke ervaring bezorgd. Ik heb groot respect voor zijn ecologische betrokkenheid, zijn ervaring met de arctische wateren en verbondenheid met de natuur. Samen met de crew was het een perfect team. Als gasten kregen we alle support van hen en konden we veel leren over van alles. Over de impact van klimaatverandering op het leven van dieren in dit gebied, op plantengroei, op terugtrekkende gletsjers, over de geschiedenis van dit noordelijke gebied, maar ook over zeilen, navigeren e.d. En dat alles in een goedmoedige sfeer met elke dag goede maaltijden en zelfs dagelijks vers gebakken brood!!!
De thermokleding, dikke fleece, zeezeilpak, warme handschoenen en sokken kunnen gelijk de kast weer in. Ook op Spitsbergen was het relatief warm, maar de hitte in Nederland is wel even wat anders. Qua weer hadden we van alles wat. Van echte kou tot een graad of 10 met aangenaam zonnetje, vaak mist met wat nattigheid, weinig wind en slechts af en toe een te bezeilen koers. Daardoor hebben we veel op de motor moeten varen, wat iedereen jammer vond. Gelukkig hebben we heel de geplande route aan de noordkant af kunnen leggen langs o.a. de Magdalenafjorden, Liefdefjorden, Woodenfjorden en Kongsfjorden. We zijn zelfs boven 80 graden noorderbreedte geweest, tot bij Moffeneiland. Ik kan het nauwelijks bevatten dat ik zo noorderlijk geweest ben.
Alle zeilen gehesen, maar toch niet veel wind
dit soort mistvlagen voor en tussen de bergen zijn veel te zien
boven de 80e breedtegraad
De natuur is toch anders dan ik verwachtte. Het landschap bestaat voornamelijk uit niet zulke hoge bergpieken afgewisseld met grote en kleinere gletsjers. In deze tijd van het jaar zie je niet zoveel sneeuw maar wel overal ijs, vooral in de noorderlijkste streken. Er zijn, ondanks de klimaatverandering, nog steeds onnoemelijk veel grote gletsjers, ook al legde de schipper ons uit hoeveel groter ze een paar jaar geleden nog waren. Ik heb er in ieder geval nooit zóveel gezien. De begroeiing op Spitsberg is schaars, maar als die er is is het verfijnd.
Op de Anne Margaretha met eigenaar-schipper Heinz waren we met 3 ervaren crewleden en 9 gasten. Elke dag waren we 6 a 8 uur, soms zelfs 14 uur, aan het varen. We gingen, als het even kon, dagelijks aan wal met de 2 dinghys voor een verkenningswandeling. Altijd met de schipper voorop met geweer. Dat is verplicht omdat er de laatste jaren een aantal keren mensen zijn aangevallen door ijsberen. We waren blij dat we het geweer nooit hebben hoeven te gebruiken.
de schipper met geweer
Varen op een zeilschip met een beperkte bemanning gaat niet zonder goede taakverdeling. Er werd een indeling gemaakt in 3 groepjes van 4 (bestaande uit 3 gasten en 1 crewlid) om in tijdsblokken van 4 uur aan het roer te staan. Chantal, Eveliene, crewlid Nidja en ik vormden een vrouwenteam.
´s Nachts lagen we voor anker op adembenemend mooie plekken. We deden om beurten (vrijwillig) ’s nachts een uur ankerwacht waarin het opletten was voor gevaarlijk langsdrijvende ijsblokken en een eventueel krabbend anker. Zo´n uurtje in je eentje in alle stilte is een fijn meditatiemoment met de omgeving. Bovendien wordt het in de zomerse poolnacht nooit donker wat heel erg speciaal is en de moeite waard om in de nacht een uurtje naar buiten te staren. Ik realiseerde me ook hoe fijn het is om niet op een drukke cruiseboot te zitten. Die hebben we ook zien langskomen. Dat lijkt me helemaal niks.
Verder maakten we een rooster voor de afwas, zodat het niet steeds dezelfden zijn die dat op zich nemen. Maar…..alle andere taken vielen onder de verantwoordelijkheid van de schipper en de crew. Je kon meehelpen als je zin had. De taakverdeling heeft bij ons gezelschap goed gewerkt.
ankerplekde Anne Margaretha voor ankerdrijvend ijsblokin de dinghy naar de wal
het stoere vrouwenteam
Brrr. ijskoud! Zo stoer als deze vrouwen was ik toch niet
Op onze wandelingen zagen we veel plastic vervuiling. Zo treurig dat er op sommige plekken zoveel afval ligt wat van heel ver door het water is meegevoerd en niet afbreekbaar is. Het wordt gewaardeerd als je wat troep opruimt. Soms ligt een kust vol houten boomstammen. Het deed me afvragen waar dat in hemelsnaam allemaal vandaan komt. Deze schijnen afkomstig te zijn van de houthandel in oostelijk Siberie. Ook kom je in bepaalde gebieden restanten van de geschiedenis van walvisvaarders en mijnwerkers tegen. Graven van overledenen, botten van walvissen, halfvergane traanketels e.d. Daar mag je niets van meenemen. Het is nu cultureel erfgoed van Spitsbergen, wat bescherming verdient.
plastic rommel aangespoelde boomstammen uit SiberieTerugleggen die botten….dit is cultureel erfgoed en dat moet daar blijvengraven uit de tijd van de walvisvaarders zijn inmiddels omheind ter bescherming
We vonden het allemaal spannend welke dieren we zouden tegenkomen op onze route. De zomer is niet de beste tijd om de ijsbeer te spotten omdat er dan weinig voedsel voor ze is. Ijsberen leven van de jacht op zeehonden en die zijn er in de zomer niet. Ijsberen moeten zorgen dat ze al voldoende vet vergaard hebben vòòr de zomer. Ze overleven dan verder van b.v. de eieren van de eidereenden en wat planten. Een gevolg van de klimaatverandering is dat de zomers langer worden waardoor het tijdperk van weinig voedsel voor de ijsbeer ook langer is geworden. Groot was ons enthousiasme om toch 3 ijsberen te spotten die zowaar op hun gemakje vlak voor onze boot naar een ander eilandje zwommen.
familie ijsbeerZe kijken ons recht aan bij het langszwemmen
Een verrekijker is bij het spotten onontbeerlijk. De afstanden zijn behoorlijk groot. Het is een wonder dat ik met mijn kleine camera deze fotoos heb kunnen maken! De mensen met telelensen hebben natuurlijk betere plaatjes kunnen schieten, die ik later wellicht kan toevoegen. Op een andere plek hebben we later nog eens een moederbeer met haar kleine gezien.
Walrussen zagen we in grotere aantallen en op meerdere plekken. Zelfs een moederwalrus die haar kleine voedt. Het zijn enorme lobbige beesten met grote slagtanden die sloom over elkaar heen hangend op het strand liggen.
Walvissen lijken er niet veel te zijn. Ik heb er 2 gespot voor een gletsjer. En op een ander moment een zgn. Minke walvis.
voor deze gletsjer zwemmen 2 kleiner soort walvissen een zgn Minke walvis zwemt in vliegende vaart voorbij en maakt telkens een sprongetje in de lucht
Alken en zeekoeten zitten op smalle richeltjes tegen steile rotswanden, waar ze met honderden tegelijk zitten te broeden. Ze maken een hels kabaal. Het klinkt alsof ze je uitlachen. Een verrekijker is noodzakelijk om ze te zien.
Niet te vergeten de langszwemmende papegaaiduiker…….wat een leuke gekke bek heeft die……
rendier (sporadisch gezien)
Voorafgaand aan onze zeiltrip zijn Chantal en ik ook een dagje naar het voormalig Russisch mijnwerkersstadje Pyramiden geweest. Het is een verlaten oord waar een russische gids nu rondleidingen houdt voor toeristen. Het is een heel verrassende plek. De buste van Lenin prijkt er nog altijd. Nog maar amper 30 jaar geleden huisde hier een complete gemeenschap. Behalve woonblokken zijn er o.a. een school, theater, cultuurhuis, zwembad. Er werden zelfs groenten gekweekt in kassen op aarde die de Russen hiernaartoe brachten! Het gebouw rechts is nu in beslag genomen door broedende zeemeeuwen.
Pyranmidenzeemeeuwen hebben dit gebouw ‘overgenomen’Pyramiden
Afsluitend stel ik vast dat ik niet alleen een ervaring rijker ben, maar steeds meer besef hoe mooi onze planeet is en dat we daar zuinig op moeten zijn. Maar hoe bereik je dat en wat kun je er zelf aan bijdragen. Dat is allemaal niet zo simpel. Als individu kan ik zo´n groot vraagstuk zelfs amper bevatten. Maar het mag toch niet zo zijn dat generaties na mij moeten vaststellen dat wij in razende vaart de planeet om zeep hebben geholpen…..
Oslo is een aangename stad. Overal prachtige bloemperken; heel veel bussen en trams en relatief weinig auto’s. We hebben mooi weer, dat scheelt. Gister was het hier zelfs bloedheet.
Het scheelde overigens niet veel of we waren helemaal niet in Oslo aanbeland! Op weg van huis naar Rotterdam CS ontdekten we dat onze vlucht die nacht geannuleerd was. Tja, wat te doen? Terug naar huis en de auto pakken of gewoon naar Schiphol gaan en daar kijken wat te regelen. Dat laatste bleek het beste plan. Even later kwamen we te weten dat we omgeboekt waren naar een vroegere vlucht. Zo werd het op Schiphol stressen om voorrang te krijgen om die vlucht te halen. En….het is ons gelukt om de ellenlange rijen te omzeilen. Echter vervolgens was er een computerstoring op Schiphol waardoor onze vroegere vlucht niet eerder maar zelfs later vertrok dan onze oorspronkelijke vlucht. Vliegen is aldus een avontuur op zich geworden!
Vigeland park
We hebben flink wat afgelopen in de stad en dan loop je bijna vanzelf tegen verrassende gebeurtenissen en gebouwen aan.
Het nieuwe, pas december 021 geopende Munchmuseum, stond hoog op ons verlanglijstje.
Peer Gynt op zijn aardDe operaNieuw OsloHet stadhuis
Morgen vliegen we door naar Longyearbyen op Spitsbergen voor een volgend avontuur…
Half november een weekje in de zon lopen is een waar genot. Dreigende Covid maatregelen hebben kennelijk veel Nederlanders hetzelfde doen besluiten, want ik hoor hier erg veel Nederlands op straat. Om daar aan te ontsnappen moet je in de buitenwijken zijn, merk ik. Ik loop elke dag een route van zo’n 15 a 20 kilometer. Een boekje met routes, musea, bezienswaardigheden en eettips is daarbij mijn leidraad. Het is een leuke manier om ook op plekken te komen die je anders niet zo gemakkelijk ontdekt.
Plaza de VirgenSanta Catalina
Valencia bestond al voor de jaartelling en heeft een fraaie oude binnenstad met leuke straatjes, pleinen en tig kerken. Dat de belangrijkste pleinen momenteel op de schop liggen is jammer voor mij (Plaza de la Reina en Plaza de Mercado). Men lijkt bezig om de stad nog aantrekkelijker te maken voor nog meer toeristen. Dat is tenslot een belangrijke inkomstenbron.
De stad maakt een voortvarende indruk. Ik doorkruis de universiteitswijk en ben onder de indruk van de afmeting van de terreinen. Daar lijkt de Erasmuscampus niks bij. Ik zie grote nieuwbouwwijken met flats. Daar wordt voor gesloopt. Ook oude buitenwijken (zoals Benimaclet) komen aan de beurt. Niet iedereen lijkt overal blij mee te zijn. Muurschilderingen en spandoeken verraden soms een ander sentiment.
Valencia heeft altijd een waterprobleem gehad. Al meer dan 1000 jaar is er een watertribunaal actief om toe te zien op de watertoevoer en het gebruik ervan. Nog elke donderdag om 12.00uur precies komt vlg traditie dit tribunaal voor de kathedraal bijeen.
Het watertribunaal
In 1957 zorgde de rivier de Turia voor een vreselijke overstroming. Daarop werd besloten het waterprobleem op een andere manier aan te pakken. De loop van de rivier de Turia werd verlegd! Wat een succes! De vrijkomende droge rivierbedding kon daardoor omgetoverd worden in een stadspark. Het is nu een fijne groene oase met voor iedereen wat. Je loopt onder een reeks bruggen door en er zijn niet alleen aparte paden voor wandelaars en fietsers maar ook voor hardlopers! Daar kan het Kralingse Bos niet aan tippen.
Apart pad voor hardlopers in Turiapark
Trekpleisters zijn de architectonische constructies van Calatrava. Daar komt de hele wereld naar kijken. Het zijn dan ook uiterst ingenieuse gebouwen.
Toch ben ik zeker zo gecharmeerd van de oudere architectuur. Valencia heeft prachtige markthallen. Fraaie modernistische huizen in de wijk Eixample. Hoogtepunten zijn de kathedraal met zijn heilige graal en de Lonja, het voormalig kantoor van de zijdehandel.
Mercado CentralWijk EixampleLonjaKathedraalSoms zijn bomen interessanter dan het momument
Een stad die aan zee ligt heeft altijd extra aantrekkingskracht. Het brede strand is heerlijk om nog wat extra kilometertjes te maken. En achter de gelikte boulevard zijn er gelukkig nog een paar authentieke straatjes overgebleven….
Door corona maatregelen heen en weer geslingerd twijfelden Chantal en ik lang waar we dit jaar zouden gaan lopen. De eerste optie was Noord Oost Spanje; toen kwam Zuidelijk Frankrijk in beeld maar het is uiteindelijk Zweden geworden. Zweden staat bekend om de prachtige meren gebieden. Die gaan we de komende 3 weken verkennen. De avonden zijn er lang, de muggen al vertrokken en het ziet er naar uit dat we nog aangenaam wandelweer treffen. We hebben dit jaar geen zin om te vliegen. Het is slecht voor het klimaat en de alsmaar wisselende corona maatregelen maken het ook onaantrekkelijk. Het is de vraag of autorijden zoveel minder vervuilend is. Maar voordeel is in ieder geval dat we flexibeler zijn en meer in staat om de mooie plekjes in verschillende regio’s op te zoeken. Bovendien kunnen we nu eens een keertje meer meenemen. En dat is ook wel eens lekker!
In Duitsland nemen we bij Puttgarden het veer naar Rodby. Met 45 minuutjes zijn we dan in Denemarken, waarna we met een uurtje bij de lange Oeresundbrug komen om Zweden in te rijden. We hebben ons ingelezen op waar de mooiste natuurparken en wandelroutes zich bevinden. Al rijdend en wandelend hoppen we naar Dalarna. Dat is de regio in Midden Zweden, bekend om zijn idyllische meren, uitgestrekte wouden, en watervallen aan de rand van ruige, woeste bergen die de wildernis in het noorden markeren. Het is ook een interessant gebied qua historie en cultuur. Er zijn nog oude tradities te vinden in typisch Zweedse dorpen. De grote verlatenheid zoals we die 2 jaar geleden in Noorwegen meemaakten, ligt noordelijker. Voor deze reis is dat té ver.
De weg terug is toch wat lang om in 1 dag te doen. We kiezen Bremen als overnachtingsplaats. Dat pakt verrassend goed uit. Bremen is de moeite van het bezoeken waard. De oude binnenstad heeft veel moois te bieden met een geschiedenis die teruggaat naar Karel de Grote (8e eeuw). Ik vond het bijzonder interessant om op het centrale marktplein een groot beeld te ontwaren van ridder Roland ( bekend van het zgn Roelantslied). Deze historische figuur herinner ik me nog goed uit Roncesvalles, waar ik meerdere malen hospitaleerde voor het Jacobsgenootschap. Aldaar werd hij verslagen door de Basken, die dat nog elk jaar vieren.
Ridder Roland
Bekend is ook de iconische beeltenis van de ‘muzikanten’: een ezel met daarbovenop een hond, een kat, en een haan.
Het oude RathuisBremen als HanzestadVolop aktie in Bremen: een kamp met klimaateisen; en een demonstratie tegen gebruik van apen als proefdierenIngang gouden Bottcherstrasse met architectonische kunst uit het interbellumImposante Petri DomSchnoorl: wijkje met smalle oude straatjes
Komend uit Scandinavie moeten we wennen aan mondkapjes. In Denemarken en Zweden hebben we eigenlijk niks gemerkt van coronamaatregelen. Hier moeten we ons vaccinatiebewijs overal laten zien ( winkels, restaurantjes, kerkintree etc). De app waar ik in Nederland zoveel moeite voor gedaan heb is niet functioneel, want nergens hebben ze een scanapparaat.
Ook leuke verschillen trekken onze aandacht zoals aparte parkeerplekken voor vrouwen in parkeergarages en de vrouwelijke poppetjes op de stoplichten.